Publicaties

Filters

590 resultaten gevonden

Religieuze levensbeschouwing in de psychosociale hulverlening : Over het belang van aandacht voor levensbeschouwing in de psychosociale hulpverlening

In dit artikel ga ik in op de relatie tussen religieuze levensbeschouwing en onze bestaanswerkelijkheid en trek daarbij enkele consequenties voor de psychosociale hulpverlening.De aandacht voor religieuze overtuiging en het belang daarvan voor het daadwerkelijk geleefde leven is de laatste decennia groeiend. Lange tijd is dit onderwerp in de breedte van de samenleving taboe geweest. Onder invloed van een sterk logisch positivistische wetenschappelijke werkelijkheidsvisie en daarmee samenhangende secularisering van de maatschappij werd religie lange tijd gemarginaliseerd en weggezet als een privé aangelegenheid van individuen. Aan de relevantie van religieus geloof voor het welzijn van individu en samenleving werd eenvoudig voorbijgegaan. Religieus geloof werd gezien als een relict uit een inmiddels achterhaald stadium van de menselijke ontwikkeling, en gelovigen werden op zijn best minzaam bejegend als medeburgers die immers ook recht hebben op een eigen positiebepaling in dit leven.De laatste jaren echter is op dit punt een duidelijke verandering aanwijsbaar. Zo verschijnen er publicaties waarin het ‘goedrecht’ van religieus geloof door intellectuelen wordt verdedigd en waardoor het intellectuele debat op dit punt weer wordt gevoerd (H.M. Praag, 2008). Daarnaast zorgt het verschijnsel van de multiculturele samenleving ervoor dat de aandacht voor religieus geloof en haar functie groeit. Ook de aandacht in bredere zin voor zingevingsvraagstukken en moraal (denk aan het normen en waardendebat) is debet aan de herlevende belangstelling voor religieuze levensbeschouwingen.Toegespitst op het thema van dit artikel: binnen de psychosociale hulpverlening werd tot voor enkele decennia hoegenaamd geen systematische aandacht besteed aan de levensbeschouwing van de cliënt en zeker niet als het religie betrof. Jan H.G. Janssen concludeert in zijn bestseller over beroepsethiek voor het maatschappelijk werk (1e druk in 1991) in 2007 nog: ‘We kunnen rustig stellen dat religie vaak een blinde vlek is in de hulpverlening: er wordt geen aandacht aan besteed in de intake en ook zelden daarna’. Ook andere getuigen van dat inzicht worden door hem geciteerd (J.H.G. 2007). Tegelijkertijd constateert hij echter dat ‘er geen christelijke of andere religieuze of godsdienstige hulpverlening bestaat’ en waarschuwt:2‘hulpverlening moet vrij maken en de boodschappen aan anderen overlaten’. De waarschuwing is helder en niet zonder grond, maar doet gelijk een daaraan ten grondslag liggend ideaal van waardevrije hulpverlening vermoeden welke zelf kwestieus is.Hoe dan ook, de aandacht voor levensbeschouwing in de hulpverlening is heden ten dage groot. Publicaties over spiritualiteit en zingevingsvragen volgen elkaar in snel tempo op. In curricula van opleidingen in de zorg- en hulpverlening worden deze thema’s zonder moeite teruggevonden.

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 17-10-2011

Residentiële jeugdzorg : Inventariserend onderzoek

Voor u ligt een onderzoek die de vraag heeft onderzocht hoe ouders worden betrokken bij de hulp die hun kind in de leeftijd tussen de 12-16 jaar wordt gegeven, in de residentiële jeugdzorg. Dit onderzoek gaat uit van de Christelijke Hogeschool Ede, lectoraat Jeugd&Gezin. Dit document bestaat uit een uitwerking van alle twaalf provincies van Nederland. Allereerst is er een beschrijving gegeven van wat de provincie belangrijk vindt aan de jeugdzorg en wat hun beleid met betrekking tot ouders is. Vervolgens is er een keuze gemaakt tussen de jeugdzorginstellingen die er te vinden zijn per provincie. Deze instellingen zijn onderzocht aan de hand van de volgende vragen, die voortdurend terugkomen: Volgens welke methoden wordt gewerkt? Welke plek heeft een systemische benadering? Wat is de verhouding groepsleider, maatschappelijk werker?

Duurzame zorg | 17-10-2011

Wetenschap en methodiekontwikkeling : Een inleiding op de VCW studiemiddag 23-2-2011

Een belangrijke motivatie om ons met wetenschappelijke verankering bezig te houden is ons voorgehouden door Nagy zelf. Hij heeft zich in zijn werk bezig gehouden met de beschrijving van zijn praktijk. Hij verhield zich tot andere onderzoekers en dat alles vanuit de motivatie: wat is helpend voor de patiënten, hoe wordt hun lijden verlicht. De vrucht van zijn onderzoekende geest bestaat uit het omvangrijke werk, het contextuele gedachtegoed, waarmee hij ons verrijkt heeft. Nagy zocht naar „evidence‟ naar dat wat werkzaam is in de hulpverlening. Zijn werk laat zich ook lezen als een ontwikkelingsgeschiedenis van zijn denken. Aandacht voor de wetenschappelijke ontwikkeling betekent: aandacht voor de kwaliteit van werken en daarmee in diepere zin: het betekent recht doen aan hen, die onze hulp zoeken.

Pleeg- en Gezinshuiszorg, Duurzame zorg | 17-10-2011

Organizations as professional communities in the post/modern era.

What is the meaning of social context for the connection between Psychologists and Social Workers with the organization they work for? Many professionals are searching for both professional space, and a fitting connectedness to the organization. This connection seems to be greatly influenced by social developments. This article will show that organizations are important communities of the future that will partially adopt the function of family and township connections. By conscious deployment of organization-communities, it is possible to bind professionals to an organization that offers them freedom and challenge.

13-09-2011

De relationeel-ethische bril maakt het verschil : Een herwaardering van de contextuele therapie

In het nieuwe Handboek Systeemtherapie (Savenije, van Lawick & Reijmers (red.), 2008) komen de naam van Ivan Boszormenyi–Nagy en begrippen als ‘intergenerationeel’ en ‘loyaliteit’ op diverse plaatsen voor, maar is de contextuele therapie als afzonderlijke stroming weggevallen. Er is in het Handboek (hoofdstuk 17 en 21) voornamelijk geput uit het eerste contextuele werk van Nagy, ‘Invisible Loyalties’ (Boszormenyi-Nagy & Spark, 1973). De nadruk ligt op de beschrijving van het fenomeen en de betekenis van de loyaliteit tussen ouders en kinderen. Zijn recentere boek ‘Between Give and Take’ (1986) wordt alleen aangehaald in hoofdstuk 15 over het gezinsontwikkelingsperspectief (Govaerts & Splingaer, 2008). De theorie van Nagy wordt daarin (te) beperkt weergegeven. Nergens in het Handboek Systeemtherapie is een verhandeling te vinden over de relationele ethiek, die gezien kan worden als de kern van de contextuele therapie. Dat beschouw ik als een verlies voor de systeemtherapie. Waardevolle therapeutische interventies ontwikkeld vanuit de contextuele therapie raken in de vergetelheid. De nadruk op herstel van betrouwbaarheid in relaties – waar de contextuele therapie zich op richt - verdient mijns inziens een expliciete plaats in het Handboek. De loyaliteitstheorie van Nagy is niet los verkrijgbaar, maar kan slechts verstaan worden vanuit het geheel van het gedachtegoed. Loyaliteit is in contextueel opzicht uiteindelijk meer een relationeel-ethisch dan een psychologisch en interactioneel fenomeen.

Duurzame zorg | 06-09-2011

Ethiek en Supervisie

Ethiek is een wezenlijk aspect van supervisieprocessen. Dit artikelbespreekt hoe morele vragen in supervisie methodisch bewerktkunnen worden, op basis van drie vormen van morele positiebepaling.Belangrijk daarbij is het morele referentiekader van de supervisor.Vraag is of de supervisor zich daarvan bewust is en van dewerking daarvan. De auteur bepleit openheid hierover naar de supervisant.

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 06-09-2011

Gezin in Gesprek

Lectorale rede van dr. M. (Martine) Noordegraaf op 24 september 2010. Centraal staat de vraagl: hoe kun je een gesprek hebben in een relatie die professioneelen niet op voorhand vertrouwd is? Hoe leer je als professional om dergelijke gesprekken te voeren?Nog belangrijker: hoe breng je als professional je cliënten opconstructieve wijze met elkaar in gesprek? Kan dat wel? Endaarbij; soms is de motivatie voor het gesprek, of het verlangen omde ander nog te ontmoeten, zelf aangetast. Hoe motiveer je mensenom zich in elkaar te verdiepen, om door het gesprek elkaars wereldopnieuw te verkennen en zo problemen te overwinnen?Communicatie met behulp van woorden is niet minder dan een mysterie dat aan ‘mens-zijn’ verbonden is. Dezefascinatie voor het gesprek is de drijfveer achter de belangrijkste onderzoeksvraag van het lectoraat Jeugd en Gezin verbonden aan de Academie voor Sociale Studies van de Christelijke Hogeschool Ede.

Duurzame zorg | 06-09-2011

Spel en professie : Een collegiale gevalsbeschrijving

In de praktijk van de begeleidingskunde wordt veel gewerkt met spel en spelmethodieken. De theoretische doordenking van het gebruik van deze werkvormen blijft daarbij achter. Er is weliswaar een grote hoeveelheid aan spelvormen beschikbaar, en er zijn veel publicaties over diverse methodieken, maar er is weinig literatuur over het gebruik van spel als zodanig in de begeleidingskunde. Dit artikel thematiseert de vraag hoe spelgebruik binnen het professioneel handelen van de supervisor en coach een theoretische basis kan krijgen. Op grond van een analyse van professionaliteit wordt beargumenteerd dat de professional voor de opgave staat om twee spanningsvolle polen met elkaar te verenigen, namelijk enerzijds die van objectiviteit op grond van wetenschappelijk gefundeerde kennis en anderzijds die van persoonlijke betrokkenheid rond een concrete situatie. Aan de hand van een N=1 studie, waarin het werk van een collega wordt geanalyseerd, wordt aannemelijk gemaakt dat juist spel een rol vervult in het integreren van deze in principe conflicterende werkelijkheden. Spel creëert een overgangsgebied waarin subjectiviteit en objectiviteit in elkaar overgaan, zodat nieuwe inzichten, perspectieven en betekenissen ontstaan.

Sociale Innovatie | 01-07-2011