Publicaties

Filters

51 resultaten gevonden

‘Not under my roof’

Despite the foster child’s right to compatibility in worldview, culture, language, and ethnicity, in accordance with the Convention on the Rights of the Child, many out-of-home placed children live in *trans*-worldview foster care. Due to a shortage of foster parents, many children face worldview differences between their birth and foster families. This study includes both religious and secular worldviews, as well as personal and organised worldviews on existential questions. Previous research predominantly focused on ethnic and cultural identity, with limited attention given to religion and worldview. It is important for foster children to develop their identity by becoming familiar with their birth family’s worldview. Strong co-parenting relationships, that recognise the role of the birth parent, support the child’s identity and placement stability.This qualitative study investigates how foster parents perceive worldview differences in co-parenting relationships. It aims to distinguish characteristics of successful and problematic collaborations, based on foster parents’ experiences and attitudes.The analysis of 25 in-depth interviews indicates that co-parenting relationships can become complicated when birth parents are not well-informed during the matching process, prior to consenting to placement. In such cases, crucial worldview differences may remain unaddressed or may be beyond the birth parents’ imagination. Overcoming differences-within-worldviews can be as challenging as differences-between-worldviews. Strong worldview beliefs held by foster parents do not necessarily lead to tensions when foster parents maintain good co-parenting relationships and include the birth parents in the child’s life. However, when foster parents hold strong worldview beliefs and attempt to replace birth parents, tensions may arise.

Pleeg- en Gezinshuiszorg, Duurzame zorg | 01-05-2026

Thuis geven

Dit boek onderzoekt hoe christelijke pleegouders een gastvrij thuis bieden aan kinderen en jongeren die vaak een andere levensovertuiging hebben. In Nederland wonen zo’n 20.000 kinderen in een pleeggezin; de helft van de pleegouders is christen. Wat betekent dat voor de zorg, het gezin en het geloof? Dit boek combineert onderzoeksgegevens met praktijkverhalen en theologische reflecties van pleegouders. Het laat zien hoe geloof inspireert tot respectvolle zorg en hoe de Bijbel richting kan geven in het omgaan met verschillen. Een waardevolle bijdrage voor iedereen die betrokken is bij pleegzorg en zoekt naar verbinding tussen geloof en opvoeding.

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 01-03-2026

Everyday co-parenting in a polymedia environment

In this paper we analyse “interconnected communication sequences” between Professional Foster Parents (PFPs) and Birth Parents (BPs) in family-style group care. Interconnected communication sequences are coherent sequences constructed by participants by use of multiple communication media.In family-style group care, children live with PFPs and regularly visit their BPs, which implies PFPs and BPs share the care for children. This co-parenting relationship is important in supporting the quality of contact between child and parents, which is essential for the child’s development and wellbeing. However, a harmonious co-parenting relationship is difficult to achieve and maintain.To gain more insight in the intricacies of the complex PFP-BP relationship, we examine unfolding PFP-BP contact. Specifically, we examine two cases of instant messaging followed by a telephone call between PFPs and BPs. Our analysis disentangles how through text messaging PFPs and BPs propose to call for a particular reason and plan a call at an appropriate moment for both parties, and how they re-establish mutual availability in the call opening and collaboratively re-invoke the reason for calling. The negotiation of when to talk about what and how proves to be infused with relationship work and thereby instantiates some of the sensitivities of “co-parenting” in family-style group care.With our empirical analysis of everyday interconnected polymedia communication in different modalities (instant messaging and telephone interaction) in family-style group care, we aim to contribute to knowledge of interactional practices in the field of social work.

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 01-09-2025

Loyaliteit in meervoud

In de openbare les ‘Loyaliteit in meervoud’ betoogt Danielle van de Koot dat:1) loyaliteit een onderscheidend en onmisbaar begrip is om kinderen die uithuisgeplaatst zijn beter te begrijpen, 2) dat zowel de kracht van loyaliteiten als conflicterende loyaliteiten meer aandacht moeten krijgen in onderzoek en 3) dat onderzoek moet starten bij de ervaringen van kinderen zelf om tot meer betrouwbare resultaten te komen. Duidelijk wordt welke inzichten onderzoek al heeft opgeleverd, welke misverstanden er bestaan en wat vervolgstappen in onderzoek moeten zijn. Zo dient betrouwbaar onderzoek naar loyaliteitsconflicten bij kinderen te starten bij de ervaringen van kinderen zelf. Cruciaal in de omgang met loyaliteiten lijkt het woord ‘ruimte’. Kinderen hebben ruimte nodig om loyaal te mogen te mogen zijn aan iedereen die voor hen belangrijk is. Volwassenen kunnen deze ruimte voor loyaliteit in meervoud creëren, als zij zelf geen eisende partij worden of loyaliteit opdringen.

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 18-08-2025

Via de Relationele Route onderweg

Het begeleiden van de samenwerking tussen ouders en pleeg- en gezinshuisouders is voor pleegzorgwerkers geen weg van A naar B, maar vraagt altijd om maatwerk. In de implementatie van de Relationele Route binnen de pleegzorgpraktijk identificeerden we een aantal spanningsvelden in deze samenwerking. Spanningsvelden wijzen op de gegevenheid van verschillende perspectieven waar de pleegzorgwerker haar of zijn weg in moet vinden.Dit artikel kan gelezen worden als een vervolg op de vorige publicatie over de Relationele Route: https://bijons.denvp.nl/bij-ons-september-2022/relationele-route?

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 01-06-2024

‘Ik ben niet iemand die dat zou vragen, nee’

In Nederland verblijven ruim 18000 jongeren in voorzieningen voor vrijwillige residentiële jeugdhulp. Uit eerder onderzoek blijkt dat meerdere van deze jongeren bij tegenslag en verdriet een hulpbron vinden in een religieuze of spirituele overtuiging, maar dat hiervoor in mentorgesprekken nauwelijks aandacht is. In deze bijdrage wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de wijze waarop pedagogisch medewerkers met adolescenten binnen de residentiële jeugdhulp afstemmen op de mogelijkheid dat religie of spiritualiteit in hun leven een rol speelt.Het betreft een kwalitatief onderzoek op grond van half open interviews in vier instellingen voor residentiële jeugdhulp in verschillende delen van het land. Er zijn in totaal eenentwintig pedagogisch medewerkers en dertien jongeren geïnterviewd.De conclusie van dit onderzoek is dat de levensbeschouwing van de pedagogisch medewerker (diens persoonlijke visie op de betekenis en waarde van het leven) bepalend is voor de vraag of en hoe de religie of spiritualiteit van de jongere ter sprake komt. Er is sprake is van beperkte levensbeschouwelijke sensitiviteit bij pedagogisch medewerkers. Daarnaast hebben pedagogisch medewerkers én jongeren geen eenduidig beeld van de aard en het doel van mentorgesprekken.De aanbevelingen richten zich op bezinning op de aard van mentorschap en het bevorderen van levensbeschouwelijke sensitiviteit bij pedagogisch medewerkers.

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 27-03-2024

‘Of course you will succeed warrior’

Good collaboration between professional foster parents (PFPs) and birth parents (BPs) is of great importance for the well-being of out-of-home placed youngsters in family-style group care. Previous studies have shown that WhatsApp has become an important medium in the professional communication between professional foster parents and birth parents as it offers the possibility to send movies and photos in addition to text. This research has identified two ways in which professional foster parents are closing WhatsApp conversations in a sensitive manner. Professional foster parents are setting boundaries by encouraging and making a reference to the future, often accompanied by emoji: (1) Encouragements are apparent in expressions that compliment, comfort and invite to ‘let it go’. (2) Professional foster parents make reference to the future in a wish, proposal or promise. Furthermore, the asymmetrical nature of the relationship becomes clear in the coaching role adopted by professional foster parents, and the observation that solely professional foster parents at times remain silent or do not respond in closing interactions. In short, sensitive boundary setting in closing sequences demonstrates how the institutional character of the relationship is embodied in the WhatsApp communication between professional foster parents and birth parents.

Pleeg- en Gezinshuiszorg | 01-12-2023

‘Alsof er twee engeltjes uit de hemel waren komen vallen’

Uithuisgeplaatste jongeren hebben vaak te maken met culturele en levensbeschouwelijke verschillen tussen hun gezin van herkomst en hun gezinshuis. Voor het welzijn van jongeren in gezinshuizen is het van belang, en ook één van de Rechten van het Kind, dat ze een eigen identiteit kunnen ontwikkelen en kennis kunnen maken met de cultuur en levensbeschouwing van hun gezin van herkomst. Uit eerder onderzoek blijkt dat een goede samenwerking tussen ouders en pleegouders bijdraagt aan een succesvolle plaatsing en de kans op breakdown vermindert. In dit kwalitatieve onderzoek laten we, op basis van diepte-interviews met jongeren, ouders en gezinshuisouders (n=64), eerst zien welke culturele en levensbeschouwelijke verschillen tussen gezinshuis en gezin van herkomst tot spanningen kunnen leiden en hoe gezinshuisouders deze hanteren. Naast de culturele en levensbeschouwelijke verschillen die tot spanningen kunnen leiden, beschrijven we ook drie manieren waarop gezinshuisouders hiermee omgaan, namelijk door: 1) de identiteit van het gezinshuis centraal te stellen, 2) ruimte te maken voor de identiteit van het gezin van herkomst door inleven en afstemmen, of 3) de identiteitsvorming van de jongere centraal te stellen. Dat laatste komt minder vaak voor, maar is juist belangrijk in de adolescentie. Tot slot pleiten we voor een triadisch-pedagogische benadering van pleeg- en gezinshuiszorg, waarin het kind niet losgezongen wordt van identiteit van het gezin van herkomst, het gezinshuis de eigen identiteit niet hoeft te verloochenen, maar uiteindelijk de culturele en levensbeschouwelijke identiteitsvorming van de jongere beoogd wordt.

Pleeg- en Gezinshuiszorg, Duurzame zorg, Diversiteit en Professionaliteit | 01-10-2023