Examenvakken
Je doet examen in vier vakken: Nederlands, Engels, Geschiedenis en Maatschappijleer
Nederlands
Je beantwoordt de open vragen bij een tekst uit bijvoorbeeld de Volkskrant. Het tweede deel van het examen bestaat uit het schrijven van een opstel, een ingezonden brief of een betoog. Deze schrijfopdracht van minimaal 500 woorden houdt verband met deze tekst. Woordenboek tijdens het examen is niet toegestaan.
Engels
Je beantwoordt in het Nederlands de Nederlandse vragen bij een Engelse tekst uit bijvoorbeeld Time. Engels-Nederlands woordenboek tijdens het examen is toegestaan.
Geschiedenis
Je kennis van het boek "Geschiedeniswerkplaats” wordt getoetst via open vragen: één verplichte vraag en vijf overige vragen waarbij je zelf kiest voor de A- òf de B vraag.
Maatschappijleer
Je kennis van het boek "Thema’s Maatschappijleer” wordt getoetst via open vragen: één verplichte vraag en een keuze uit zes van de acht overige vragen. Tenslotte bestrijd of verdedig je in minimaal 150 woorden een stelling.