Praktijk
Stage is een wezenlijk onderdeel van de CHE-Pabo… Daar doe je veel ervaringen op, daar leer je hoe het is om voor de klas te staan, een Bijbelverhaal te vertellen, met leerlingen een project op te zetten, met kinderen op de computer te werken, kinderen ontdekkend te laten leren etc.
Natuurlijk hoef je niet alles in een jaar te kunnen. De competenties waar je aan moet voldoen zijn cumulatief. Elk jaar komen er competenties bij om uiteindelijk ‘competent’ te zijn om als leerkracht ingezet te kunnen worden in het basisonderwijs. Op weg naar het leraarschap heb je te maken met verschillende stagescholen en verschillende mentoren en Interne Coach Opleiders (ICO’s). Op elke school leer je weer andere dingen. Pak het beste van elke stage ervaring op en verwerk dit in je eigen manier van lesgeven!
Tijdens de eerste twee leerjaren van de Pabo wordt gewerkt aan oriëntatie en fundering. Het curriculum bevat diverse stageweken waarin de opgedane kennis in de praktijk wordt gebracht. Alle stageplekken worden geregeld voor je door het stagebureau.
Het derde leerjaar richt zich op specialisatie, in de studie maar zeker ook in de stage. Tijdens de majorroute specialiseert de student zich voor de onderbouw of de bovenbouw. Daarnaast moet er een minor gekozen worden: een specialisatie van een bepaald gebied binnen het basisonderwijs. Deze specifieke theorie neemt de student mee naar de praktijk om er daar daadwerkelijk uiting aan te geven.
Het vierde leerjaar richt zich ook op het beroepsvaardig maken van de student. Tijdens de eerste helft van de het vierde jaar volgt de student de afrondende fase van het curriculum van de opleiding. Het tweede semester staat geheel in het teken van de LIO-stage (Leraar In Opleiding). Na (positieve) afsluiting van dit leerjaar is de student geen student meer maar collega
Oriëntatie en fundering
De Stageplaatsing
Je wordt geplaatst op een christelijke stageschool door de medewerkers van het stagebureau. Er wordt omgezien naar een stageplek die binnen hooguit een uur van je kamer- of huisadres te bereiken valt. Echter door een stageplaatsentekort is dit in de afgelopen jaren niet altijd gelukt en moest er langer worden gereisd. Als je contacten hebt met een basisschool buiten de directe omgeving van Ede mag je in overleg treden met het stagebureau of je daar kunt worden geplaatst. Het moment waarop de stageplaatsing bekend is valt enkele weken voor het begin van de stage (ongeveer week 40)
Tijdens de eerste stageperiode voeren pabo-1 studenten de stage soms uit in duo's, twee studenten in dezelfde groep; in de tweede periode, na de stagewissel, gaan de studenten in separate groepen verder. Al heeft het niet de voorkeur, het kan ook voorkomen dat je in de tweede periode in duo-stage geplaatst wordt.
De stageperioden
De stages van zowel jaar 1 als van jaar 2 worden uitgevoerd in twee perioden van 4 stageweken. In beide perioden loop je stage in een andere stagegroep, bij voorkeur verdeeld over onder- en bovenbouw. In de meeste gevallen blijf je na de stagewissel op dezelfde stageschool; alleen als je door omstandigheden niet op één school kunt blijven word je geplaatst op een andere school.
Stage in jaar 1:
|
1e stageperiode
Oriëntatiefase
|
Stage-wissel
|
2e stageperiode
Programma jonge of oudere kind 1
|
|
Week 1
|
Week 2
|
Week 3
|
Week 4
|
Week 5
|
Week 6
|
Week 7
|
Week 8
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Stage in jaar 2:
|
1e stageperiode
Programma jonge/oudere kind of verdieping
|
Stage-wissel
|
2e stageperiode
Programma jonge kind of verdieping
|
|
Week 1
|
Week 2
|
Week 3
|
Week 4
|
Week 5
|
Week 6
|
Week 7
|
Week 8
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Normaal gesproken heb je aan het eind van jaar twee stage gelopen in zowel de onderbouw, middenbouw als bovenbouw. Zo krijg je een zo goed mogelijk beeld, en kun je in het vervolg van je studie een gefundeerde keuze maken.
Regels en afspraken
Om de stage tot een succes te maken is het goed om te weten wat men van je verwacht. Zo is je aanwezigheid op de stageschool voor iedereen prettig.
- Bereid je les tijdig voor (klaarzetten materialen, etc.); kwartier voor schooltijd aanwezig.
- Informeer naar de gebruiksregels van apparaten.
- Ga zuinig om met papier.
- Plan na schooltijd tijd voor opruimen, evalueren en voorbereiden van de volgende dag.
- Het lesvoorbereidingsformulier (SP2) ziet er verzorgd uit.
- Je hebt de stagemap iedere stagedag bij je.
- Maak tijdig afspraken met je stagementor en je docent-begeleider/ICO. Bespreek wanneer je welke lessen/activiteiten uitvoert.
- Zorg voor een ontvankelijke houding t.a.v. opbouwende kritieken van je mentor. Vragen/opmerkingen mag je gerust voorleggen.
- Observeer de lessen van je mentor als je zelf geen les geeft.
- De koffie/thee wordt betaald door de onderwijsgevenden. Hiervoor kan een bijdrage worden gevraagd. Zo niet, dan is een ‘tegenprestatie’ (traktatie) op de laatste stagedag niet misplaatst.
- Heb je een geldige reden om niet aanwezig te zijn, meld dit - bij voorkeur 24 uur tevoren of bij ziekte tussen 7.45 uur en 8.00 - bij je stagementor en bij je docentbegeleider/lCO (=Interne Coach Opleider)
Lessen en activiteiten
De kern van je functioneren in de stage is het lesgeven, of meer hedendaags gezegd: het leiding geven aan leerprocessen van kinderen. Daarin zul je veel moeten oefenen. Maar er zijn meer mogelijkheden om te leren op de stage. Door te observeren kun je veel leren, door vergaderingen bij te wonen, door te assisteren bij je stagementor. In dit stageboek krijg je opdrachten, met name gekoppeld aan de integrale leerlijn, maar je zult ook zelf (in overleg met je stagementor) een groot deel van je stage moeten invullen. Je kunt dit dus doen door:
- Les te geven aan de hele klas
- Te werken met een groepje kinderen
- Te observeren (je stagementor en de kinderen)
- Onderzoek te doen naar relevante verschijnselen in het onderwijs
- Mee te werken aan onderwijsondersteunende activiteiten
Bij onderwijsondersteunende activiteiten kun je denken aan:
- Bijwonen personeelsvergadering / vergadering Ouderraad / vergadering Medezeggenschapsraad;
- Meemaken ouderavond;
- Meemaken excursie, schoolfeest, etc.;
- Deelnemen aan een sportdag/schoolreis/projectweek (organisatie en uitvoering);
- Gesprek met schoolarts, logopediste, remedial teacher, onderwijs begeleider;
- Zicht krijgen op extra zorg voor het individuele kind;
- Nagaan opvang anderstalige kinderen;
Naarmate je verder in het jaar komt verschuift de aandacht van
eenvoudige lesactiviteiten en veel observaties
naar het geven van
lessen met een complexere leerinhoud en het langer achter elkaar lesgeven.
|
Specialisatie
De stageplaatsing
Je wordt geplaatst op een stageschool door de medewerkers van het stagebureau. De stagescholen voor semester 1 zijn bekend vóór het begin van het cursusjaar. Het stagebureau streeft ernaar de scholen voor semester 2 bekend te maken aan het begin van het cursusjaar.
In principe word je in jaar 3 ook weer geplaatst op twee verschillende scholen. Op de school waar je het eerste semester stage loopt specialiseer je je in jonge of oudere kind. De school waar je het tweede semester stage loopt is de school waar je, naast lesgeven, de opdrachten voor de verdiepingsminor uitvoert.
De stageperioden
De stage bestaat uit een lintstage gedurende twintig weken verspreid over het cursusjaar. Verder zijn er vier hele weken stage ingepland. De lintstage is op maandag en dinsdag.
Semester 1 bestaat uit 30 stagedagen (10 x 2 dagen + 2 volle weken). Per dag besteed je minimaal 5 uren aan lesgeven, waarbij je ongeveer 65% van je stagetijd besteedt aan algemene competenties uit je POP (Persoonlijk Ontwikkel Plan) en 35% aan specifieke opdrachten.
In semester 2 ben je 4 dagdelen per week in de groep aanwezig waarbij je zoveel mogelijk lesgeeft (veelal maandag en dinsdag) en 1 dagdeel kun je besteden aan opdrachten behorend bij de minor (veelal woensdag).
|
Semester 1
(Werken aan je competenties,
lesgeven en stageopdrachten maken)
|
Semester 2
(zoveel mogelijk lesgeven)
|
|
Lintstage
|
10 x 2 dagen p/week
|
Lintstage
|
10 x 4 dagdelen p/week
|
|
Hele stageweken
|
2 weken
|
Hele stageweken
|
2 weken
|
|
Stagevrij
|
6 weken
|
Stagevrij
|
6 weken
|
Heb jij net dat beetje extra?
Voor studenten die in het werkplekleren van hun tweede jaar al hebben laten zien dat ze het lesgeven heel goed in de vingers hebben, bieden wij een variant aan van het werkplekleren in de A route als 'mede teamlid':
- Leren vanuit de praktijk als mede teamlid (3 dagen ipv 2 werkplek dagen).
- Leren van alles wat er binnen de school 'realtime' gebeurt.
- Samen werken (met 5 mede L3 studenten) en onderzoeken vanuit een schoolontwikkelingsvraag in het kader van innovatie
Je kunt hier naar solliciteren als je praktijk minimaal een 'G' is, je initiatiefrijk bent, goed kunt samenwerken en van aanpakken houdt. Als je deze route uiteindelijk goed hebt doorlopen, kun je in het vierde jaar opteren voor een verkorte LIO-stage.
De schoolregels en de (godsdienstige) identiteit van de school
Als gast houd je je aan de schoolregels. Bij de voorbereiding van een activiteit houd je er rekening mee wat een groep aankan. Je doet er goed aan ideeën voor te leggen aan de vakdocent en/of mentor.
We gaan er vanuit dat je de wijze waarop een school vorm geeft aan de identiteit respecteert en dat je verstandig omgaat met verschillen tussen jouw ideeën en die van het schoolteam.
De vuistregels t.b.v. de student
- Sluit zo goed mogelijk aan bij de mogelijkheden en werkwijzen van de stageschool.
- Organiseer en werk zoveel mogelijk in hele schooltijden (hele dagen). Probeer zoveel mogelijk les te geven! Goed als voorbereiding op je LIO in jaar 4!
- Alle (les)activiteiten worden thuis goed voorbereid. Alleen in uitzonderlijke situaties mag er een les onvoorbereid gegeven worden (bijvoorbeeld bij plotseling ‘invallen’).
- Verzorg de lesvoorbereidingen netjes zodat deze zonder bewerking in je bewijsmap stage kunnen komen en daarna als bewijslast in jouw portfolio opgenomen kunnen worden.
Lesgeven
Bij het lesgeven staat centraal:
- Zelfstandig lesgeven aan een groep
Let op:
- lesovergangen
- overzicht over de groep (tijdens les voor gehele groep/klein groepje/individuele leerling)
- klassenmanagement
- afwisseling/vaart in lessen (bijv, na een luister- een doe-les)
- omgaan met je energie (plan buitenschoolse activiteiten op een manier zodat het fysiek vol te houden is
- Omgaan met verschillen
Bijvoorbeeld ten aanzien van leerprestaties, gedrag. In de colleges van jaar 3 verdiep je je hierin, de theorie koppel je aan de praktijk. Situaties uit de praktijk kun je weer inbrengen bij de colleges en bij het studieteam. Ook in semester 2 pas je deze koppeling theorie-praktijk steeds toe.
Voorbeelden van persoonlijke stagethema’s
In je stage loop je tegen allerlei zaken aan waarin je jezelf een professionele houding moet leren te geven. In je stages kun je je steeds richten op een aantal van die thema's. Thema's gemerkt met een * zijn aanbevolen om in jaar 3 naar te kijken.
- orde *
- motiveren van leerlingen *
- omgaan met verschillen tussen leerlingen *
- beoordelen van leerprestaties *
- relatie met de ouders
- organiseren van de klas *
- te weinig of gebrekkige leermiddelen
- omgaan met leerlingen met gedrags- en leerproblemen *
- taakbelasting resulterend in tijdgebrek *
- relatie met collega’s
- plannen van lessen en schooldagen *
- beheersen van didactische vaardigheden *
- bekendheid met schoolregels en gebruiken
- vaststellen van beginsituatie van de leerlingen *
- gebrekkige kennis van het vak / leergebied *
- administratieve belasting
- relatie met de schoolleiding
- gebrekkige uitrusting van de school *
- onderwijzen van achterblijvers *
- omgaan met culturele en sociale minderheden *
- gebruik van leerboeken en curriculummaterialen
- gebrek aan vrije tijd
- onvoldoende opvang en steun *
- overvolle klassen
Beroepsvaardig worden
Leraar In Opleiding
Jaar 4: de 'Leraar In Opleiding'-stage (LIO-stage) begint! Een mooie gelegenheid om je verder te ontwikkelen als leerkracht en alles wat je op de opleiding hebt geleerd weer toe te passen in de praktijk. Het sluitstuk van de opleiding.
De stageperioden
De hogeschool kent twee vormen van stage in jaar 4.
a. Een student met een stagecontract
De stagiair sluit met de betreffende stageschool een contract af en moet 40 volledige stagedagen leiding geven aan een basisschoolgroep. Bij uitzondering kan dit ook verkort tot 25 volledige stagedagen.
b. Een student met een leerarbeidsovereenkomst
Een student wordt gedurende een periode van vijf maanden (50 volledige stagedagen) benoemd als voltijd werknemer. Binnen deze betrekkingsomvang is de LIO voor 50% belast met leeractiviteiten en voor 50% met werkactiviteiten, een en ander met inachtneming van de bepalingen inzake de normjaartaak (artikel I-P3 Rpbo). In de leerarbeidsovereenkomst wordt vastgelegd door de leraar in opleiding, de lerarenopleiding en de instelling wat hun rechten en plichten zijn.
De regel is dat de student 3 dagen per week zelfstandig voor de groep staat, namelijk op maandag, dinsdag en woensdag. De woensdag mag geteld worden als hele stagedag. De helft van de werkweek besteedt de student dus aan lesgeven, de andere helft aan lesvoorbereiding en scholing (op de hogeschool en in zelfstudie) en aan voorbereiding van het afstudeeronderzoek (AO).
De stageplaatsing
Voor de LIO-stage moet je zelf solliciteren bij een basisschool. Voordat je mag gaan solliciteren zijn er wel voorwaarden aan het aantal credits dat je gehaald moet hebben. Alle derdejaarsstudenten krijgen ter voorbereiding op het LIO-schap een sollicitatietraining.
Wanneer je een goede stagebeoordeling hebt in het basisonderwijs, is het in sommige gevallen mogelijk om een LIO-stage te lopen in het Speciaal Basisonderwijs. Je hebt hiervoor een positief advies nodig van je SLB-er. Ook om een LIO-stage te lopen in het buitenland moet je aan bepaalde voorwaarden voldoen. Hierover moet je altijd eerst toestemming hebben van de opleiding.
|