Experience Day
Aart Jongeman klein
  • Aart Jongejan

Aart Jongejan

Student Bedrijfskunde MER

 
Marjet van Laar

Marjet van Laar

 
Lauwrens Sneep
  • Lauwrens Sneep

Lauwrens Sneep

Student Leraar Basisonderwijs

 

Beroep

Waar leidt de Ad SWZ voor op?
De Ad SWZ leidt op tot de functie van Sociaal Werker in de Zorg. Dit is een nieuw gedefinieerd niveau dat past binnen de beroepenstructuur van de sector Zorg en Welzijn. De benaming in de praktijk zal waarschijnlijk per organisatie gaan verschillen.

De Sociaal Werker in de Zorg:

  1. Behartigt de belangen van de cliënt binnen de mogelijkheden van diens persoonlijke context en de mogelijkheden die de samenleving in wet- en regelgeving biedt;
  2. Begeleidt gehandicapten met psychogeriatrische problematiek, (jong)volwassenen in de Gehandicaptenzorg (GZ), Geestelijk gezondheidszorg (GGZ) en Ouderenzorg (OZ);
  3. Coördineert de ondersteuning en begeleiding ten behoeve van sociaal maatschappelijke participatie van genoemde cliënten.

De Ad SWZ moet kunnen aansluiten bij de wensen en mogelijkheden van verschillende cliënten in verschillende situaties waarbij de regie bij de cliënt en/of het cliëntsysteem ligt.
Ook kan de Ad SWZ handelen in complexe uitvoeringssituaties waarbij de belemmeringen van de cliënt zodanig zijn dat deze niet zelf in staat is om de eigen wensen en behoeftes kenbaar te maken.
De Ad SWZ beschikt over competenties om op creatieve en ondernemende wijze te werken. Daarbij wordt verwacht dat hij kan verbinden, samenwerken en communiceren met verschillende partijen zoals ander hulpverleners en het cliëntsysteem. Ook wanneer er sprake is van tegenstrijdige belangen.

De eindkwalificaties van de AD SWZ
Het eindniveau van de AD SWZ is geformuleerd in vijftien eindkwalificaties.
In bijgevoegd pdf-bestand is een schematisch overzicht te vinden van het beroep AD SWZ en de beschrijving van de vijftien eindkwalificaties. Ook de aankomende student krijgt hiermee een indruk van het niveau dat het beroep vraagt. Pdf van onderstaand schema en beschrijving eindkwalificaties maken en toevoegen:

Beroep

Seg-ment

Eindkwalificaties / competenties

Indicatie beheersingsniveau

Ad Sociaal Werker in de Zorg

I: Hulpverlening aan en ten behoeve van cliënten

1

Versterken van de cliënt

Verantwoordelijkheid:
Zelfstandig opdrachten uitvoeren en coördineren.
Werkt samen met gelijken, leidinggevenden en cliënten.
Draagt verantwoordelijkheid voor resultaten van eigen activiteiten, werk en studie. Vraagt gedeelde verantwoordelijkheid voor het resultaat van activiteiten en werk van anderen en voor het aansturen van processen. De beroepskracht is aanspreekbaar op het eigen beroepsmatig handelen en de gevolgen daarvan.

Complexiteit en zelfstandigheid:
Past kennis en vaardigheden toe in uiteenlopende complexe werksituaties.
Voert werk in laag complexe omstandigheden zelfstandig uit en in midden en hoog complexe situaties onder begeleiding.

Leef- en werkomgeving:
Een onbekende, wisselende leef- en werkomgeving, ook internationaal.

Communicatie:
Communiceren met gelijken, leidinggevenden en cliënten over begrip, vaardigheden en werkzaamheden.

Innoveren:
In staat creatieve oplossingen voor werksituaties te bedenken

Kennis en inzicht:
Ruime, verdiepte of gespecialiseerde kennis beroep Ad SWZ binnen het domein; gedetailleerde kennis van specifieke basistheorieën, principes en concepten; beperkte kennis en begrip van enkele actuele en belangrijke onderwerpen en specialismen die gerelateerd zijn aan de Ad SWZ.

Onderzoekend:
Vaardig om gegevens te identificeren en te gebruiken, teneinde een respons te bepalen met betrekking tot duidelijk gedefi­nieerde, concrete en abstracte problemen.

Leren en ontwikkelen:
Bezit de leervaardigheden om een vervolgopleiding die een zekere mate van autonomie vraagt, aan te gaan.

2

Benutten van de context

3

Methodisch hulpverlenen

4

Ontwerpen van programma’s

5

Hanteren van de relatie

6

Verantwoorden van handelen

II: Werken binnen en vanuit een hulpverleningsorganisatie

7

Professioneel samenwerken

8

Sturen

9

Signaleren en initiëren

10

Innoveren

11

Organiseren en beheren

III: Het werken aan professionalisering

12

Kritisch reflecteren

13

Onderzoeken

14

Profileren en legitimeren

15

Professionaliseren

 

De eindkwalificaties 1-15 zijn (geordend per segment):

Segment 1:            Hulpverlening aan en ten behoeve van cliënten

  1. Versterken van de cliënt
    Werkt vanuit een visie op volwaardig burgerschap aan het vergroten en in stand houden van de competenties van de cliënt en doet daarbij altijd een beroep op de eigen kracht van de cliënt en het cliëntsysteem. Stuurt aan op betrokkenheid en participatie en neemt alleen de regie over in situaties waar dat (tijdelijk) niet anders kan.
  2. Benutten van de context

Versterkt de eigen kracht en zelfregie van de cliënt en het cliëntsysteem. Overziet het formele en informele netwerk en maakt hier binnen de beschikbare mogelijkheden effectief gebruik van om maatschappelijk participatie te realiseren op de drie leefgebieden: wonen, werken/dagbesteding en zingeving.

  1. Hanteren van de relatie

Bouwt vanuit oprechte betrokkenheid en een open en respectvolle houding een vertrouwensrelatie op en draagt er zorg voor door dat de behoefte van de cliënt en/of het cliëntsysteem helder wordt. Zet communicatieve vaardigheden in om binnen deze relatie om te gaan met tegenstrijdige belangen.

  1. Methodisch hulpverlenen

Verheldert vragen en behoeften van de cliënt en het cliëntsysteem. Vertaalt dit zelfstandig binnen de cyclus van methodisch handelen en neemt het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt en het cliëntsysteem als uitgangspunt.

  1. Ontwerpen van programma’s

Stimuleert de cliënt en het cliëntsysteem om zelf oplossingen te bedenken die leiden tot de voor hen gewenste situatie. Biedt, binnen de beschikbare beleidsmatige en financiële kaders, begeleiding bij het realiseren van een ondersteuningsaanbod, dat recht doet aan de wensen en behoeften van de cliënt en het cliëntsysteem.

  1. Verantwoorden van handelen

Is aanspreekbaar op het eigen beroepsmatig handelen en de gevolgen daarvan voor het realiseren van de doelen van de cliënt. Kan daarbij ten allen tijde verantwoording afleggen tegenover cliënten, hun wettelijk vertegenwoordigers, financiers en andere betrokkenen.

Segment 2: Het werken binnen en vanuit een hulpverleningsorganisatie

  1. Professioneel samenwerken

Werkt samen binnen interdisciplinaire samenwerkingsverbanden en versterkt netwerken met als doel de sociaal-maatschappelijke participatie van de cliënt en het cliëntsysteem te ondersteunen en te realiseren. Maakt verbinding door verantwoordelijkheden te delen, gebruik te maken van deskundigheid van anderen en eigen deskundigheid over te dragen .

  1. Sturen

Stuurt aan op betrokkenheid en participatie van de cliënt en het cliëntsysteem. Coördineert de organisatie van hulpverlening en begeleiding rondom de cliënt en ondersteunt daarbij collega’s, stagiairs, vrijwilligers en mantelzorgers waarmee wordt samengewerkt in het kader van de beroepsuitoefening.

  1. Signaleren en initiëren

Herkent signalen van crisissituaties en reageert adequaat hierop. Werkt preventief door vroegtijdige signalering van probleemveroorzakende en probleemversterkende factoren op het gebied van sociaal-maatschappelijke participatie en brengt deze onder de aandacht bij betrokkenen en belanghebbenden waardoor zwaardere zorg voorkomen kan worden.

  1. Innoveren

Bedenkt creatieve oplossingen en anticipeert op veranderingen binnen de eigen werksituatie en draagt daarmee bij aan het realiseren van de doelstellingen van maatschappelijke participatie zoals die verwoord zijn in de wet- en regelgeving.

  1. Organiseren en beheren

Levert zelfstandig en verantwoordelijk een bijdrage aan één of meerdere organisatie- en beheer taken.

Segment 3: Het werken aan professionalisering

  1. Kritisch reflecteren

Reflecteert kritisch op eigen beroepsmatig handelen, leert van ervaringen en deelt deze met collega’s en partijen waarmee wordt samengewerkt.

  1. Onderzoeken

Heeft een onderzoekende houding en neemt zelfstandig initiatief tot het verzamelen van informatie die bijdraagt aan effectieve ondersteuning en begeleiding van de cliënt en/of het netwerk van de cliënt.

  1. Profileren en legitimeren

Benut professionele ruimte en is ondernemend. Levert een professionele bijdrage aan interdisciplinaire samenwerkingsverbanden binnen en buiten de eigen werkplek en bewaakt de belangen van de cliënt en/of het cliëntsysteem.

  1. Professionaliseren

Zet leervaardigheden en een ontwikkelinggerichte attitude in om zelfstandig sturing te geven aan de eigen loopbaan.