Evita van Roest
  • Evita Roest

Evita Roest

Student SPH

 
Nicole van Roekel 1 okt

Nicole van Roekel

Student Communicatie

 
Jorre van Geerenstein 1 okt
  • Jorre van Geerenstein

Jorre van Geerenstein

Student Bedrijfskunde MER

 

27 juni 2016 Film is belangrijk in religieuze identiteit van christelijke kijkers

Rinke van Hell (38), onderzoeker en docent Praktische Theologie aan de CHE, promoveert woensdag 29 juni aan de Evangelische Theologische Faculteit Leuven en de Vrije Universiteit Amsterdam op een onderzoek over de relatie tussen filmkijken en religieuze identiteit bij orthodox Protestante filmkijkers.

“Een belangrijk onderwerp,” begint Van Hell. “Er is in Nederland tot op heden namelijk nog maar weinig onderzoek gedaan naar de functie van film voor christelijke kijkers. Als er meer bekend is over de toe-eigening van films bij deze groep, helpt dat om te begrijpen hoe zij onderhandelen tussen verschillende rollen in hun dagelijks leven, de maatschappij en de kerk.”

Om die reden is Van Hell drie jaar geleden begonnen met een praktisch theologisch onderzoek. Het proefschrift heeft de titel ‘Widening the screen: Orthodox Protestant Film Viewers in The Netherlands and the Appropriation of Meaning in Relation to their Religious Identity.’ Een groep van dertig orthodox protestanten keken gezamenlijk naar de films Mar Adentro, Des hommes et des Dieux en Blue Like Jazz. Van Hell: “Voorafgaand aan de films heb ik alle respondenten geïnterviewd over hun levensverhaal en de rol die God daarin speelt of speelde. Na afloop van iedere film heb ik hen zowel in groepsverband als individueel ondervraagd. Vervolgens ben ik gaan kijken naar de relatie tussen hun religieuze identiteit en de films.”

Identiteitsstatussen
Van Hell kwam erachter dat ze de groep van dertig respondenten kon indelen in drie verschillende groepen aan de hand van de religieuze identiteitsstatus waarin men zich bevond. In de onderzochte groep filmkijkers kwamen zowel ‘zoekers’, ‘traditionele gelovigen’ en ‘flexibele’ voor. Van Hell: “De resultaten tonen aan dat film voor mensen die hun eigen religieuze identiteit sterk bevragen heel waardevol is. Deze groep kan film namelijk gebruiken als een nieuwe bron van geloof, terwijl de traditionele bronnen als Bijbel en kerk juist extra vragen oproepen. Voor deze ‘zoekers’ konden de films een belangrijke factor zijn in het opnieuw vormgeven van hun geloof. Aan de andere kant was film voor de meer traditionele gelovigen weinig meer dan entertainment. De films vervulden voor deze groep nauwelijks een diepere functie.”

Film als gelijkenis
Van Hell: “Wat bleek was dat mensen die positief waren over de films zich aan de ene kant heel erg herkenden in de film en aan de andere kant op een ander spoor werden gezet.” Van Hell noemt dit ‘de functie van film als gelijkenis’. De structuur waarmee mensen zich de betekenis van films toe-eigenen, dat wil zeggen de manier waarop zij film in hun dagelijks leven en religieuze identiteit integreren, heeft overeenkomsten met het gelijkenismodel in het pastoraat. Eerst treedt een fase van herkenning op, waarin je je inleeft in het verhaal. De wereld van de film is herkenbaar en realistisch. Vervolgens gebeurt er iets verrassends, wat vervreemdend werkt. De film roept daarmee beelden op van ‘hoe het ook kan zijn’. De derde fase ontsluit een stukje van een betere wereld. In de vierde fase moet de kijker daarop een antwoord geven. “Sommige kijkers gaven aan dat een van de films hen had gestimuleerd om in het dagelijks leven wat meer geduld te hebben, bijvoorbeeld. Eén respondent vertelde dat hij na Des Hommes et des Dieux beter om wilde gaan met zijn stiefzoon. Een andere vrouw gaf na Blue Like Jazz aan dat ze nu meer begrip had voor niet-gelovigen en dat ze zich besefte dat zij zelf ook een rol had in de manier waarop niet-christenen naar het geloof aan kijken.”

Wat kunnen we hiermee?
“Ik vind het heel waardevol dat ik nu heb laten zien dat ook christenen films voor meer dan alleen als vermaak kunnen gebruiken. Voor mensen die het binnen de kerk niet meer zo goed kunnen vinden en veel twijfelen aan het geloof, kan film een middel zijn om hen weer terug te brengen naar God. Eén persoon uit mijn groep was bijvoorbeeld heel erg in de war gebracht door verschillende theologieën en verschillende manier van naar de Bijbel kijken, maar zocht in films juist een hele intellectuele uitdaging. De film moest hem vragen opwerpen en daar ging hij dan vervolgens over nadenken. Dat zag je vervolgens ook in zijn geloof terug.”

Het is volgens van Hell lastig te zeggen aan welke criteria een film moet voldoen, omdat het een wisselwerking is tussen de persoon zelf en de film. “Voor verschillende mensen zullen verschillende films verschillend werken. Dat zag ik ook in mijn onderzoek. Hierdoor kun je vooraf niet goed inschatten aan welke eisen een film moet voldoen, behalve dan dat een film altijd ruimte moet geven om je eigen leven als het ware naast de fictieve wereld te leggen. De film moet niet teveel antwoorden willen geven.”

Van Hell wil hiermee laten zien dat orthodoxe geloven ook nog andere bronnen kunnen gebruiken dan alleen maar de Bijbel of wat ze leren in de kerk en dat film daarbij een heel krachtig middel kan zijn, omdat film heel sterk werkt. “Mensen identificeren zich namelijk erg met die films en daardoor komen ze hard aan. Voor die groepen mensen kunnen we films dus ook echt in gaan zetten in geloofsontwikkeling. Als mensen met bepaalde onderwerpen worstelen, kun je films gebruiken om te laten zien dat dingen ook nog anders kunnen zijn. Op die manier verdiept zich het geloof van mensen.”