Robert Doornenbal

Lid kenniskring Geestelijk Leiderschap

Meer weten??  

Bart Cusveller

Lector Verpleegkundige Beroepsethiek

Meer weten??  

Vera Prins

Student Communicatie

Meer weten??  

Organisatie

Bron: afd. Onderwijsresearch & Ontwikkeling (www.oro.hva.nl)

1 Digitale hoorcolleges – laat je opnemen!
OrOscoop, 09-11-2006, Mike de Kreek

Intro
Wat verstaan we onder digitale hoorcolleges of webcollege?
“Een opgenomen en ‘streambare 1’ verhandeling: registrerend of geënsceneerd, alleen of met het toehorende publiek (b.v. college docent, lezing lector, toespraak goeroe, panel discussie, etc.)”

Voorbeelden
Interessante materialen zijn vindbaar via http://www.cop.hva.nl/webcolleges.
De bijeenkomst over webcolleges begint na de korte intro van Mike de Kreek (OrO) met een aantal voorbeelden. Paul den Hertog vertelt over zijn werk bij het MediaLab HvA en het registreren van onder andere de openbare lezingen van de HvA-lectoren (zie http://streaming.medialab.hva.nl/ ). Wilma Kannegieter (ISCB) laat zien hoe je een bestaand college van o.a. de Opencourseware van M.I.T. (http://ocw.mit.edu/ ) kunt opnemen in Dividu (http://dividu.du.nl/ ) om over fragmenten interactief vragen te behandelen. Als laatste licht Jan van Wieringen (HES) de achtergrond en inbedding van
de opnames van zichzelf op zijn website (http://www.hesIT.com ) toe.

Workshop
Vervolgens deelt het publiek zich op in kleine groepjes om de volgende vragen te beantwoorden:
Ø Waarom zou je webcolleges inzetten?
Ø Waaraan moet het inzetten van webcolleges voldoen?
De antwoorden op de vraag waarom je webcolleges zou inzetten:
1. De studenten op stage kunnen ‘just in time’ contact houden met de inhoud.
2. Bij grote groepen kan het college op verschillende plekken gevolgd worden.
3. Studenten in het buitenland kunnen inhoudelijk contact houden met de opleiding.
4. Het fysieke bijeen zijn kan een diepgaander en intensiever karakter krijgen.
5. Het is een kwalitatieve aanwinst vergeleken bij alleen een PowerPoint.
6. Het verhaal van bijzondere en dure gastdocenten kan hergebruikt worden.
7. Een docent kan de ‘top of the bill’-colleges selecteren en zich zelf wijden aan de verdieping en de dialoog.
8. Studenten kunnen zich via digitale hoorcolleges voorbereiden op ‘gewone’ hoor- of werkcolleges en practica.
9. De lokalenbelasting zou kunnen afnemen.
10. De docent of coach kan zich door ‘logfiles’ of notificaties goed op de hoogte stellen van de consumptie van een bepaald webcollege.
11. Het vullen van kennishiaten met webcolleges.
12. Voor personen met taalachterstand is dit een nieuwe manier om met de vreemde taal om te gaan (replay).
13. Aansluiting op belevingswereld van de student.
14. Krapte op de docentenarbeidsmarkt .

De antwoorden op de vraag waar een (serie van) webcolleges aan moeten voldoen:
1. Goede kwaliteit (beeld, snelheid, presentatietechniek, regie, etc).
2. Het moet niet het enige zijn wat een student aan colleges krijgt; webcolleges moeten een rol in het geheel hebben.
1 Meervoudig opvraagbare digitale video’s, waarvan het afspelen op allerlei manieren beïnvloedbaar is
(terugspoelen, stoppen, etc).


2
3. Er moet dus een plan voor de inbedding van webcolleges in het betreffende leertraject zijn.
4. Over het verloop van een webcollege zelf moet goed nagedacht zijn; dit vastleggen in een script is zeer aan te raden.
5. De docenten moeten bij de voorbereiding op en tijdens de opnames op weg geholpen worden.
6. De docent moet getraind worden in het selecteren en inzetten van (internationaal) beschikbare webcolleges van andere onderwijs- of kennisinstellingen.
7. De archivering en vindbaarheid van het eigen materiaal moeten goed geregeld zijn.
8. De webcolleges moeten op een activerende manier ingebed kunnen worden in o.a. een toetscontext (b.v. à la WebCT) of interactieomgevingen (b.v. à la Dividu).
9. Logfaciliteiten over wie wat heeft bekeken zou handig zijn.
10. Aansluiten op de beroepspraktijk of andere wensen WO.

Je zet webcolleges dus niet in om de fysieke interactie met studenten te vervangen, maar wel om deze interactie te verbeteren. Een belangrijke vraag is hoe webcolleges en de inzet daarvan aansluiten op verschillende leerstijlen (cognitief/toepassingsgericht) van studenten. Onderzoek daarover is zeer gewenst (weet je iets, laat het ons weten). In de evaluatie van het experiment (zie onder) zullen we dit uiteraard zo goed mogelijk meenemen.

Maarten van der Burg (opleiding Interactieve Media en filmmaker) benadrukt nog eens vanuit zijn perspectief dat je niet alleen moet kijken naar het script van het webcollege zelf, maar ook naar het grote kader er omheen. Het grote kader vang je in een educatief design en voor de onderdelen maak je idealiter scripts. Hij verwacht dat er door de ongelooflijke groei van online beschikbare colleges, films en documentaires minder lineair omgegaan zal worden met bronnen. Binnen deze ontwikkeling zal de “mediagenieke” docent zich prima thuis voelen.

Experiment
Als er voldoende belangstellende docenten zijn (±10), kan er in het 3e en 4e blok geëxperimenteerd worden met het opnemen en inzetten van digitale hoorcolleges.
Mike de Kreek vertelt dat het doel van het experiment bestaat uit het opdoen van ervaring en een evaluatie van het gebruik en de organisatie er omheen. Dit moet leiden tot onderwijskundige en organisatorische adviezen, waarmee de HvA verder richting kan geven aan het gebruik van webcolleges. Mike coördineert het schrijven van het evaluatie- en adviesrapport. Naast de ondersteuning voor het maken van de webcolleges (Paul den Hertog en Tom Peters (HES)) zijn er experts betrokken van OrO, de AV-dienst, Informatie en Technologie Services, Strategische Informatievoorziening en de Mediatheek.
Paul den Hertog laat zien hoe de hardware en software van ‘Mediasite’ (http://www.mediasite.com/about.aspx ) het proces van het opnemen en afspelen van webcolleges vergemakkelijkt. Het experiment zal met Mediasite gedaan worden.
Voorbeelden van mediasiteproducties – 11.000 colleges! – zijn via http://www.mediasite.com/ te vinden. Ook bevat http://collegerama.tudelft.nl/mediasite/viewer/ van de TU Delft een aantal voorbeelden.
Door een aanvraagformulier in te vullen en via de Instituuts ICT Coördinator bij Maarten Noom (HES) in te leveren, kan een docent experimenteren met webcolleges. Maarten is contactpersoon voor vragen uit de instituten. Als er veel aanvragen binnenkomen, zullen we moeten kiezen, dus het goed invullen van het formulier is belangrijk!

Voorwaarde is dat de directeur van het instituut achter het experiment staat, zodat het niet ‘liefdewerk, oud papier’ wordt.

3 Naschrift/ borrelpraat
Ø Maarten van der Burg biedt aan om een aantal interviews over educatief design en scripts door Paul den Hertog te laten opnemen en beschikbaar te stellen als webcolleges.
Ø Met het experiment worden de volgende resultaten bereikt:
o Een verzameling van minimaal 50 digitaal beschikbare en geëvalueerde colleges of een serie van colleges.
o Een evaluatierapport over de inzet van (deze) digitale colleges vanuit de perspectieven: onderwijs/ primaire proces (OrO, instituten), functionaliteit (SI), netwerk (ITS), storage (ITS), vindbaarheid (Mediatheek) en benodigde ondersteuning/ materiaal (AV, MediaLab).
o Een beginnend gemeenschappelijk referentiekader rondom de waarde en inzet van digitale colleges.
o Een groep mensen die concrete kennis en ervaring hebben opgedaan met het maken en inzetten van digitale colleges.
o Een inschatting van de kosten, baten en organisatie bij opschaling van dit soort voorzieningen.
o Een onderwijskundig en organisatorisch advies waarmee de HvA verder richting kan geven aan het gebruik van webcolleges.
Ø Er zijn ook mogelijkheden voor profilering van de HvA. Niet alleen via lezingen van bekenden, maar ook via filmmateriaal van bijvoorbeeld de voorzieningen in de Mediatheek en interviews met studenten. Ook het interviewen van bestaande medewerkers van de HvA kan interessant zijn voor nieuwe medewerkers om met de HvA kennis te maken. Mogelijk moeten M&C en P&O ook betrokken worden in het adviestraject.