Robert Doornenbal

Lid kenniskring Geestelijk Leiderschap

Meer weten??  

Bart Cusveller

Lector Verpleegkundige Beroepsethiek

Meer weten??  

Vera Prins

Student Communicatie

Meer weten??  

Geschiedenis Cinematografie II

Hier staat een kleine geschiedenis en dit tweede deel gaat tot de introductie van de geluidsfilm.

Kortom: de periode 1914 - 1930.
Hieronder dus deel II van College I in de CHE-serie over de geschiedenis van de film en cinematografie.

Dit tweede deel van de ontstaansgeschiedenis van de film beginnen we rond WO I en eindigen we met de komst van de geluidsfilm (1930).

Achtereenvolgens komen de volgende zaken aan bod:

  • 0 Inleiding
  • 1 Twee grote filmregisseurs van tussen WO I en WO II (het interbellum)
  • 2 Kennismaking met vroege stromingen en genres in de filmgeschiedenis
  • 3 Het Star Systeem
  • 4 De vooroorlogse jaren in Duitsland (Caligarisme, Expressionisme)
  • 5 De vooroorlogse jaren in Rusland: constructivisme
  • 6 De vooroorlogse jaren in Frankrijk en landen als Denemarken
  • 7 Slot


0 Inleiding

In deel I van dit college over de filmgeschiedenis bespraken we eigenlijk geen regisseurs. Filmmakers vertelden nog niet filmische verhalen, laat staan met het kenmerk van maker. Het was meer registratie (Lumière) of toneel (Meliès). Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Dat zagen we met de film The Great Trainrobbery van Porter (1903). Maar veel films bleven geregistreerd opgenomen toneelvoorstellingen of sketchachtige registraties. Ondanks grote ontwikkelingen zoals in de animatie. Hier een voorbeeld uit 1912 (!).

 

De filmgeschiedenis maakt soms ook sprongen, en dat door het werk van enkele mensen. In de volgende paragraaf behandeling we twee reuzen die niet alleen film groot maakten, maar wel uniek waren tussen alle andere producers, regisseurs, cameramensen, editors enz enz. 

1 Twee grote filmregisseurs van tussen WO I en WO II (het interbellum)

D.W. Griffith (1875 – 1948) ‘Father of Motion Picture’

Korte levensschets: pioniert als acteur rond acteerstijlen, start bij de Edison Company als acteur. Gaat naar Biograph (productiehuis/filmstudio) als directeur en behaald daar zeer grote successen.

Belangrijke innovator: hij verfijnt technieken als cross-cutting, camera hoek, kunstmatig licht, realistische sets, flashbacks, split screens, soft focus, dissolves, fades, en irises. Maakt meer dan 450 film bij Biograph. Is erg jaloers op de artfilms uit Europa en de uren durende superspektakels uit Italië.

Hij vertrekt bij Biograph om tijd te hebben voor zijn drie uur durende meesterwerk Birth of a Nation (1915). Deze film, met een racistische toon, roept controversie en protest op. Maar wordt ook gezien als een sleutelfilm voor de filmgeschiedenis. Brengt als grote box office film 18 miljoen op bij de opening (2 dollar per ticket).

Hier staat de integrale versie van meer dan 3 uur...




Vervolgens maakt hij dan Intolerance (1916) als verdediging: deze lange en wazige film werd de eerste ‘flop’ die hij niet te boven kwam. Hij verliest het contact met populaire smaak en komt uit bij obscure films in de daaropvolgende jaren. Rond 1930 verdwijnt deze grote regisseur uit beeld door het verliezen van geld en postie (o.a. was hij geen studiobaas meer…).


Cecil B. DeMille (1881 - 1959)

Beide ouders zijn drama-auteurs en hij volgde de Academy of Dramatic Arts. Vormt met o.a. Sam Goldwyn een studio in 1913: wordt later Paramount Pictures.

Hij perfectioneerde de overgang van korte film naar lange film en hem wordt toegedicht de quote: “Making Hollywood the “Motion Picture Capital of the World”. Andere bekende quotes: "The public is always right", "You are here to please me. Nothing else on earth matters" en "Give me any two pages of the Bible and I'll give you a picture."

DeMille wordt beroemd met romantische komedies: een in die tijd smeuïg en stout genre. DeMille is een showman en Self-promoter: hij belichaamt het beeld van de ultieme regisseur, compleet met megafoon.



Later verandert zijn imago van stoute filmmaker door externe druk op Hollywood en stapt hij over naar het genre van de Biblical Epics. Hier maakt hij overigens gebruik van dezelfde gezouten scenes maar nu met een morele touch. Zo maakt hij beroemde stomme films als The Ten Commandments (1923) en King of Kings (1927).

Zijn films worden magische meesterwerken en een film als The Ten Commandments is 25 jaar de grootste Paramount-kaskraker. De versie uit 1956 behoort tot de top 7 van best verkochte films aller tijden (en wordt via YouTube nog steeds door Paramount aangeboden, tegen betaling). Zie hier een grote collectie van video's rond zijn werk.


2 Kennismaking met enkele vroege stromingen en genres in de filmgeschiedenis

De term Slapstick - isme is van Bergan. Hij doelt op het genre van de slapstick die erg populair was voordat de geluidsfilm haar intrede deed. Grote namen zijn Charlie Chaplin, Buster Keaton en Harold Lloyd.

Charlie Chaplin maakte vele films en produceerde ze ook zelf.

Buster Keaton maakte in 1926 The General met de beroemde scene van een vallende trein.

Harold Lloyd zie je vaak terug op onmogelijke plaatsen (wijzer klok van wolkenkrabber). Hieronder zie je dat een hedendaagse filmer als Scorsese in 2011 zijn film in een film gebruikt.



Een ander genre was het Atleticisme (in termen van Bergan). Dit zijn films over Zorro, piraten en ridders. Een bekende film is The Thief of Bagdad (1924). Bekende acteurs in dit genre actiefilm waren Errol Flynn en Burt Lancaster.


3 Het Sterren Systeem

Rond de grote depressie van de jaren 30 ontstond het zogenaamde star system: de grote studios maakten van film een droomfabriek waarin mensen konden wegvluchten. Sterren werden daarbij belangrijk voor de PR. Mensen keken graag en veel naar film in deze periode van recessie, mede omdat velen naar de steden trokken om kans op werk te hebben. De bevolking nam ook sterk toe en film werd in die jaren een cultureel en economisch fenomeen. Studios gaan elkaar beconcurreren en nemen elkaars sterren over. Het filmpubliek wil haar eigen sterren zien en zo ontstaat een eigen acteursdynamiek. Sterren waren daarvoor anoniem en werden zelfs niet op de aftiteling genoemd. Dat verandert dus rond 1928 snel: vrouwelijke acteurs als Clara Bow, Mary Pickford en Greta Garbo werden grootheden.


Filmfeitjes (geen toetsstof)

De volgende bekende 8 filmstudios waren er rond 1930, in de VS, tijdens de recessie

- Paramount. In de beginjaren 30 was Paramount bekend om zijn Europees getinte films. Veel Europese regisseurs. Later werden er meer 'normale' films gemaakt. Decoratief en een van de oudste filmstudios (1912).

- MGM deed het geheel deze periode goed. Door de eigen theaterketen waren er minder risicos. De films waren een stuk luxer dan die van andere studios. Veel familie amusement en glamour, en inmiddels van Sony.

- 20th Century Fox. Een paar grote sterren en gespecialiseerd in musicals. - Warner Bros. Moet veel bezuinigen in de Depressie. Probeert populaire genres te ontwikkelen, vooral voor arbeider. Sobere films. - Universal (1914): constante geld problemen, veel B-films (griezel- en SF-films).

- Columbia (1919, nu Sony): lowbudgetfilms weerhield hun er niet van om winst te maken. Ze kwamen de depressie goed door, bleven afhankelijk van B-westerns en andere goedkope films.

- RKO groeit hard in korte tijd. Hebben enkele geisoleerde hits (bv King Kong). En hadden musicalsterren als Fred Astaire en Ginger Rogers die het grote geld binnenhaalden. Ook bracht Citizen Kane (1941) veel op.

- United Artists (opgericht door o.a. acteurs als Charlie Chaplin, en nu van Warner Bros. Pictures): Tijdens de oorlog verloor zij als enige al haar winsten. Konden toen alleen nog Mid-budget of B-films maken.

- The Walt Disney Company: tekenfilms waren erg populair voor WO II (ook Warner Bros. bracht veel animaties uit).



4 De vooroorlogse jaren in Duitsland (Caligarisme, Expressionisme)

Duitsland kent al voor de Eerste Wereldoorlog een bloeiende (stomme) filmindustrie. Dat neemt na de grote oorlog toe en zo ontstaan ook enkele nieuwe filmstromingen. We geven van beide stromingen enkele voorbeelden, ook die je kunt bekijken (want rechtenvrij).

FW Murnau: Nosferatu (1922), Faust (1926), Sunrise: A Song of Two Humans (1927). Murnau gebruikt het zogenaamde Blue Screen voor effecten en kreeg hiermee de eerste oscar. De film verscheen in hetzelfde jaar als The Jazzsinger, een Amerikaanse film met geluid.

In 1920 verschijnt de film Das Cabinet des Dr. Caligari (van regisseur Robert Wiene). Het is het begin van het zogenaamde Caligarisme, een typische filmstroming waarin gekunsteldheid, droomachtige omgevingen, vervorming en andere zaken dreigend naar voren komen.





Enkele voorbeelden: The Golem (Wegener, 1915), Dr. Mabuse der Spieler (Lang, 1922), M. (Lang, 1931, met geluid), Frankenstein , …

Een belangrijke filmmaker voor WO II is de Oostenrijker Fritz Lang (1890-1976). Hij wordt met film Dr. Mabuse (1922) een invloedrijk cineast. In 1927 maakt hij de eerste SF-film: Metropolis (kosten: 5 mln mark). Het is de favoriete film van Adolf Hitler, maar commercieel geen succes. De film wordt in 2010 gerestaureerd. Voor de oorlog vlucht Lang naar de VS.

Hij maakt bekende films die in beide stromingen onder gebracht kunnen worden. Daarom wordt Caligarisme vaak als een substroming van het Expressionisme gezien. Bij het Expressionisme draait het om het innerlijke gemoedstoestand van de regisseur of acteur. De film brengt gevoelens tot uiting en zet die centraal, boven gebeurtenissen. Lang maakt in 1931 M: de eerste psychologische thriller, met muziek van Grieg.



5 De vooroorlogse jaren in Rusland: constructivisme

De uitgebreide filmgeschiedenis van Rusland beschrijven we kort door twee namen en enkele termen te noemen. Je kunt ook enkele films bekijken, via de links/internet, om te begrijpen waar hun kracht ligt.

Dziga Vertov (1896-1954): De man met de camera (1929). Een uur en 6 minuten experiment.

Sergej Eisenstein (1898-1948): Staking (1925), Panzerkruiser Potjomkin (1925), Alexander Nevski (1938)

Deze laaste cineast is ook een bekend filmtheoreticus en wordt ook in andere colleges behandeld. Beide heren (en anderen rond hen in die tijd) zijn manicale filmmakers: vorm gaat boven inhoud, montage is het belangrijkste, film wordt opgevat als een machine. We noemen deze benadering het Constructivisme: strak, formalisme (vorm boven inhoud), propaganda, anti-bourgois, het echte leven filmend, educatief (zie verder ook Bergan).


6 De vooroorlogse jaren in Frankrijk en landen als Denemarken

Voor Wereldoorlog II maakte Jean Renoir (1894-1979) verschillende anti-oorlogsfilms, mede door de ervaring van WO I. Zijn films zijn realistisch en rauw, en centraal staat het humanisme. Bekende films zijn La Regle du Jeu (1939) en La Grande Illusion (1937). Van deze laatste hieronder een trailer (4 min.).



Andere franse filmmakers zijn Jean Vigo (L‘Atalante (1934), Zero de Conduite (1933) en Abel Gance (J’accuse (1919), La Roue (1924), Napoleon (1927). Diverse films vallen volgens Bergans terminologie in de stroming van het  antimilitarisme. Een film als Napoleon doet hedendaags aan.

Hier een fragement uit La Roue: let eens op de snelheid die door de montage en beeldopvolging wordt gecreerd. Deze film was een groot voorbeeld voor latere filmmakers (zie tekst bij Vimeobron).


La Roue Trailer from Flicker Alley on Vimeo.


Carl Dreyer (Denemarken) maakt de zwijgende The Passion of Joan of Arc (1927). Hij is als filmmaker nog steeds een voorbeeld voor hedendaagse cineasten. Cameragebruik en licht zijn zijn kenmerk.

Luis Buñuel (Spanje) maakt o.a. Un Chien Andalou (1928), L'Age d'Or (1930). Hij vertegenwoordigt het zogenaamde Surrealisme: irrationeel, spiegelbeelden, erotiek.

John Ford (VS) maakt in 1924 The Iron Horse. Dit is een voorbeeld western in de stroming die Bergan Westernisme noemt. En er zullen nog honderden film van Ford (1894-1973) volgen. 

Maar er zijn voor de Tweede Wereldoorlog ook goede filmmakers in Polen, Japan , ... 

En ook in Nederland? Dat is voor later...


7 Tot slot

De jaren 20 en 30 van de twintigste eeuw waren belangrijk voor de filmgeschiedenis. Veel filmstromingen ontstonden in deze periode en genres buitelden over elkaar heen. Hieronder een film van 14 minuten over deze hele les, tot de komst van de geluidsfilm, met de vele opkomende genres en stevige ontwikkelingen.



De Geluidsfilm

Velen deden al in de 19e eeuw onderzoek naar het opnemen van geluid. Weinigen wilden eigenlijk de bestaande film van geluid voorzien: film had immers een eigen taal, die van gebeurtenis en beweging, en de bijhorende geluiden van de acteurs zouden dat maar verstoren. Ook gebruikten de bioscopen mensen die geluiden maakten, muzikanten of acteurs die teksten uitspraken (explicateurs): veel mensen hadden geen belang bij de komst van het geluid in de bewegende film.

Maar in enkele jaren bleek de geluidsfilm toch meer aantrekkingskracht te hebben op het publiek dan makers en exploitanten dachten: een nieuw tijdperk begon. De film The Jazz Singer (1928) wordt als eerste sprekende film aangemerkt, maar was gewoon de eerste die breed vertoond werd en als muziekfilm een kassucces werd. Hier zie je een fragment uit deze film waar je ook goed kunt zien hoe oud en nieuw elkaar versterken.

Hieronder een korte film over een van de uitvinders van het geluidsspoor op een filmrol (filmreel), Lee De Forest (1873-1961).



Oefenvragen:

- Welke stromingen kun je zoal noemen, met enkele kenmerken?

- Wanneer ontstond de macht van de grote Hollywoodstudios: voor, tijdens of na de Eerste Wereldoorlog?

- Zou je in de MC-vraagvorm enkele voorbeelden van films, stromingen en regisseurs kunnen herkennen?