Robert Doornenbal

Lid kenniskring Geestelijk Leiderschap

Meer weten??  

Bart Cusveller

Lector Verpleegkundige Beroepsethiek

Meer weten??  

Vera Prins

Student Communicatie

Meer weten??  

Filmbeschouwing

Voor (externe) opgave: zie www.kiesopmaat.nl

Een minor over film en filmbeschouwing

Voor een uitgebreide kennismaking met film en beeldtaal kies je de minor Filmbeschouwing.
Film is één van de meest sterke media-uitingen in de huidige cultuur. Bewegend beeld heeft veel zeggingskracht in onze samenleving. Films maken sterk deel uit van de hedendaagse populaire cultuur en bevatten tal van boodschappen.
Filmgeletterdheid, de taal van film, wordt steeds vaker onderdeel van het professionele gesprek. De taal van film levert ons dagelijks beelden die geïnterpreteerd moeten worden. In drama, semi-reality, PR + promotie, reclame, voorlichting, educatie, wetenschappelijk, futuristisch, documentaire etc.. Denk ook aan Fitna, films van Michael Moore, bekende YouTube films.
Beelden zijn onlosmakelijk verbonden met visie op beroep, geloof en samenleving.
We willen in deze minor werken vanuit analyse, vergelijkend onderzoek, reflectie, interviews met filmmakers, scriptschrijvers en de praktijk van opname en montage. We hanteren activerende werkvormen en werken toe naar concrete eindproducten. Zo monteer je in deze minor niet alleen jouw nieuwe blik op het gebruik van film, maar laat je dat ook daadwerkelijk zien in fragmenten. Kortom: film leren beschouwen is een leuke, leerzame en praktische minor.

Competenties & doelen

De volgende competenties komen expliciet aan de orde:
-    Filmische competentie(s): het gebruik van filmische middelen, filmtheorie/-geschiedenis, beeldtaal leren verstaan
-    Regie/montage-competentie(s): een verhaal construeren met beelden, fragmenten construeren
-    Technische competentie(s): o.a. fragmenten uit een dvd halen, knippen & plakken
-    Analytische competentie(s): vergelijken, indelen, ontleden van films en filmfragmenten.
-    Mediawijsheid: filmkeuzes leren maken, film leren gebruiken in eigen vakgebied

En de volgende competenties zijn meer impliciet:

  • Creatief en innovatief denken & handelen
  • Empathie en luistervaardigheid 
  • Morele vorming
  • Zelfsturend en zelfstandigheid
  • Samenwerking (produceren)

Studiebelasting & activiteiten

Lessen (40 sbu)
Contacturen: 28 uur (centrale werkcollege: 7 weken x 2 uur)(ondersteunende hoorcollege: 7 weken x 2 uur)(incl intro) Voorbereiding lessen: 12 uur (reader)

Practicum Kijken (30 sbu)
Film & kijkverslagen: 24 uur (6 weken x 4 uur)(per week verplicht 1 film & reflectie)
Film kijken in bioscoop: 6 uur (2 films van 2 uur & reflectie)

Opdrachten (70 sbu)
Voorbereiding presentatie (voor in werkcollege): 10 uur
Extra ondersteuning monteren/dvd samenstellen (training): 20 uur
Overige opdrachten: 30 uur (individueel: 6 weken x 5 uur)
Super/intervisie (met peergroep/docent): 10 uur (5 weken x 2 uur)

Afronding (70 sbu)
Groepswerkstuk (zonder docent, met eigen opleiding): 24 uur (6 weken x 4 uur)
Interactief werkstuk (filmanalyse + eindverslag, individueel): 30 uur
Tentamenvoorbereiding (elektronische kennistoets): 10 uur
Samenstelling Filmisch Dossier: 6 uur
Totaal: 210 sbu

Roostergegevens: blok 1 en blok 2 (2014-2015)

Week 1-7: Introductiecolleges en werkcolleges (woensdagmiddag) met daaromheen (gast-)colleges en filmkijken (facultatief). Op woensdagmiddag ook facultatief de hoorcolleges Geschiedenis van de Film en instructie WordPress. Op dinsdagmiddag de hoorcollege theorie van het filmkijken (verplicht)

NB 1 In samenspel met andere KOM-minoren (2 minoren in één blok voor 15 EC: semester 1). Hetzelfde programma zonder (facultatieve) gastcolleges op de dinsdagmiddag.

NB 2 Aan deze gegevens kunnen geen rechten ontleend worden.

Beoordeling & toetsing

Toetsing vindt integraal plaats door een Filmisch Dossier en wordt individueel afgenomen. De tussentijdse QMP-toets bestaat uit meerkeuzevragen. Deze toets heeft betrekking op de behandelde theorie en literatuur. Er is ook de mogelijkheid in week 4 met een databank te oefenen, met ongeveer 100 oefenvragen.

Het Filmisch Dossier bestaat uit deze zaken:
- De kennistoets (QMP-toets, individueel cijfer)
- 1 presentatie (in tweetal of drietal)
- 1 opdracht (online opdracht)
- 8 kijkverslagen (individueel, per week geordend)
- 1 groepswerkstuk (online, op vakgebied en mogelijk beroepsgerelateerd)
- 1 interactief werkstuk (individueel, visueel en beschouwend)
- Een reflectie, vanuit toekomstig beroep, op proces en leerervaringen

Je krijgt drie deelbeoordelingen, die leiden tot een gewogen eindcijfer Minor Filmbeschouwing:
•    voor de kennistoets (Toets THEO: 20 %, minimaal een 6.0)
•    voor de werkstukken, opdrachten en presentatie (Toets WOP: 70 %)
•    voor de reflectie (Toets REF: 10 %)

Het eindcijfer kan alleen worden bepaald door het inleveren van het totale Filmisch Dossier.

Inhoud (per week/thema)

Programma week 1

  • Wie bepaalt de betekenis van een film: de maker, de film zelf of de kijker? En wat is de relatie tussen die betekenis en het wereldbeeld van de maker en de kijker?
  • Geschiedenis van de film (1880-1930)

Programma week 2
  • In dit college is narrativiteit (vertelkunst) het belangrijkste thema. Hoe vertelt een film een verhaal? En hoe relateer je dat verhaal aan jouw eigen leven? Ziet iedereen hetzelfde en waarom wel/niet?
  • Films hebben een relatie met de werkelijkheid, maar niet alles wat je ziet op het scherm is waar. Film is altijd manipulatie. Hoe bepalen de films die je ziet de manier waarop je naar de werkelijkheid kijkt? Zijn we gedoemd alles klakkeloos aan te nemen of hebben we zelf een actieve rol in het kijkproces?
  • Geschiedenis van de film (1930-1960)
Programma week 3
  • Hoe komt het christendom naar voren in film en hoe is het christendom met film omgegaan? Hoe kun je jouw geloof relateren aan wat je op het scherm ziet? Hebben de verhalen een impact op de manier waarop jij als christen in de wereld staat?
  • Geschiedenis van de film (1960-1980)
Programma week 4

  • Meer en meer neemt de bioscoop de plaats van de kerk over als het gaat om zingeving. Veel jongeren, christelijk en niet-christelijk, halen hun visie op het leven en op God uit cultuurproducten als films en televisie. Hoe kunnen we hen helpen om beide werelden bij elkaar te brengen en hoe beleven we onze filmcultuur als plaats van zingeving?
  • Hoe ga je de opgedane kennis in je vakpraktijk gebruiken? Praktische handvatten en theoretische bespiegelingen.
  • Geschiedenis van de film (1980-heden)

Week 5: MC-toets over de (facultatieve) hoorcolleges (dinsdag- en woensdagmiddagen).

Werkvormen

Naast hoorcolleges zullen de werkcolleges gebruikt worden voor presentaties en instructie rond de opdrachten. Ook zijn er wekelijks coachingsmomenten voor begeleiding van het proces. Daarnaast maak je opdrachten, kijk je veel film (ook in de groep) en bespreken jullie elkaars ontdekkingen.

Overige zaken

Herkansing: volgens hogeschoolbrede norm en procedure.
Literatuur: reader, programmaboek en mediatheek (dvd)

David Bordwell en Kristin Thompson, Film Art. An Introduction. McGraw-Hill (editie 2004 en later) (aanbevolen) Kosten: bioscoopbezoek (2 x)(onder voorbehoud)

Ontwikkelaars/docenten:     
Drs. Wouter van Grootheest (coördinator/hoor- en werkcolleges)(J&C)
Dr. Rinke van Hell (hoorcolleges)(GPW)

Drs. Harm Hilvers (werkcolleges)(M&O)

Toegankelijkheid: voor 3e en 4e jaars HBO studenten
Ingangseisen: mogelijk wordt van studenten gevraagd van tevoren literatuur te hebben bestudeerd of een film te hebben bekeken.
Maximaal aantal plaatsen: 3 X 12 studenten / minimaal: 2 X 12 studenten