Robert Doornenbal

Lid kenniskring Geestelijk Leiderschap

Meer weten??  

Bart Cusveller

Lector Verpleegkundige Beroepsethiek

Meer weten??  

Vera Prins

Student Communicatie

Meer weten??  

Dorsvloer vol confetti (2014)

Dorsvloer vol Confetti vertelt het verhaal van de jonge Katelijne (Hendrikje Nieuwerf) die opgroeit in een boerengezin in Zeeland. Uitverkoren zijn, dat is het belangrijkste levensdoel in het streng-gelovige milieu van Katelijne. Maar voor haar zijn lezen en verhalen nog veel belangrijker. Zet ze daarmee haar 'genadetijd' op het spel? Dorsvloer vol Confetti is gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Franca Treur
(bron: Distributeur Entertainment One Benelux).

10 Recensies van Dorsvloer vol Confetti (2014)

(Krantenbank©CHE, t.b.v. onderzoek & publicatie)

(Reproductie/vermenigvuldiging vallen onder copyright-rechthebbenden)

NRC Handelsblad

10 september 2014

Waardering voor gereformeerde nestwarmte; Schurkenrol
Door: Coen van Zwol

Refofilms 

Ex-refo's spelen sinds de jaren zestig een hoofdrol in de literatuur - en de film. Maar de bitterheid van toen maakt nu plaats voor begrip en bitterzoete nostalgie. 

De eerste beelden van Dorsvloer vol confetti zijn meteen raak. Dochter Katelijne heeft zonder overleg Duitse kampeerders toegestaan hun tent een nacht op te zetten op het hof van de boerderij. De familie verzamelt zich handenwringend en fluisterend voor de vensters. Wegsturen kan niet meer, maar straks willen die heidenen nog het toilet gebruiken! Nou, dat probleem is opgelost, zegt een broer droog, als het Duitse zoontje over een konijnenhok plast. 

Angstig en wantrouwend door de vitrages naar de boze buitenwereld gluren: een bevindelijk gereformeerd Zeeuws milieu als in Franca Treurs bestseller was een kwart eeuw geleden zonder twijfel verfilmd met kille, schemerige kamers waar alleen het getik van staartklok en breipennen de benauwende stilte doorbreekt. En ook in de boerderij van Dorsvloer vol confetti, die vrijdag in première gaat bij Film by the Sea, ontbreekt televisie en mag de radio alleen aan voor het weerbericht. Maar binnen blijkt het lawaaiig, warm, kneuterig. 

Die lichte toon: dat trok regisseur Tallulah Hazekamp Schwab in de roman. ,,Zo'n scène waar Katelijne met haar zes broers aan tafel zit. Je denkt bij gereformeerd aan stil en braaf, maar ze schoppen onder de tafel, vallen elkaar in de rede, maken ruzie en vader laat een wind. Bijna Italiaans eigenlijk. Zo onverwachts vond ik dat." Gereformeerden lijken bij Hazekamp Schwab wel mensen. Sterker nog: hun sobere leven in een weids Zeeuws landschap van graanvelden en boerderijen heeft iets aantrekkelijks. Met overal die overzichtelijke, strakke horizon. 

In Dorsvloer vol confetti is streng calvinisme bijna folklore. Een trendbreuk, want in de Nederlandse speelfilm is voor dominees en ouderlingen van oudsher een schurkenrol weggelegd. Speelfilms kwamen hier tot wasdom in de jaren zestig en zeventig, toen 'ex-refo's' als Jan Wolkers, Maarten 't Hart en Jan Siebelink de literatuur gingen domineren. In hun 'ontworstelromans' schudden ex-gereformeerden geloof, opvoeding en 'knevelchristenen' van zich af, soms aan het sterfbed van de ouders. Dat leverde in de jaren tachtig films op als Een vlucht regenwulpen (1981, Ate de Jong) en Terug naar Oegstgeest (1987, Theo van Gogh). Filmgereformeerden, dat waren rood aanlopende dominees die speeksel sproeiend hel en verdoemenis predikten of ouderlingen die met geheven wijsvingertje huiskamers binnendrongen. 

Afrekening met het calvinisme ziet regisseur Ate de Jong (61) als hoofdthema van de Nederlandse film. ,,Vaak onder de oppervlakte." Toen hij Maarten 't Harts Een vlucht regenwulpen verfilmde, waarin de stuntelige bioloog Maarten in een visioen van de Heere bevel krijgt met een vrouw te slapen, was hij zelf nog niet zo lang los van het geloof. ,,Ik kwam niet uit zo'n streng milieu als 't Hart, maar zat wel elke zondag in de kerkbanken. Voor mij stond calvinisme voor eenzaamheid en vreugdeloosheid. En het blijft altijd bij je, dat stemmetje dat je verbiedt te genieten." 

Paul Verhoeven (76), als student bijna in een godsdienstpsychose beland, klampt zich in zijn films in navolging van Jan Wolkers bijna verbeten vast aan het stoffelijke en profane. Nog in 2006 wemelde zijn oorlogsfilm Zwartboek van gereformeerde karikaturen: boer Tjepkema, die de joodse onderduikster Rachel alleen eten geeft als ze verzen uit het Nieuwe Testament opzegt, verzetsman Theo, die uit gewetensnood niet kan doden - tot iemand godverdomme zegt. 

Ben Sombogaart (67) maakte van rampenfilm De storm (2010) een ontworstelfilm: door de Watersnoodsramp ontsnapt zwangere boerendochter Julia in 1953 aan haar benepen dorp met een stoere helikopterpiloot. In Bride Flight (2009) is de tragedie dat Ada om de kinderen bij gereformeerde dwingeland Frank blijft. Sombogaart hoopt komend voorjaar eindelijk te kunnen beginnen aan de verfilming van Jan Siebelinks bestseller Knielen op een bed violen, over tuinder Hans Sievez die zich tijdelijk aan het geloof ontworstelt, om dan alsnog in de ban te raken van een benauwende sekte. 

Zelf komt Sombogaart uit een werelds nest, zegt hij. ,,Maar wat me boeit, zijn mensen die zich bevrijden van wat er van ze verwacht wordt." Het calvinisme heeft Nederland - ,,althans boven de rivieren" - gevormd, denkt hij. ,,Die typerende Nederlandse deugden: eerlijk, nuchter, vasthoudend, solidair en plichtsgetrouw." Maar in hetzelfde gereformeerde Zeeland van Dorsvloer vol confetti botste hij op paranoia, geslotenheid en ,,best veel agressie" toen hij De storm filmde: de burgemeester van Stavenisse kwam te elfder ure terug van zijn toestemming toen SGP en dorp in opstand kwamen. Sombogaart ziet het geloof dan ook niet als aardige folklore. ,,Tijdens mijn research las ik over Zeeuwse jongens die in 1953 hun hele familie verloren en daarover nooit mochten praten. Want de ramp was een straf van God, praten of zelfs nadenken was opstandigheid. Ik vind dat echt niet onschuldig." 

Dat lijkt een generatiekwestie. God is al lang geleden uit Jorwerd verdwenen; de jongere generatie herinnert zich nauwelijks hoe dwingend en dominant de in de jaren zestig verbazingwekkend snel weggesmolten gereformeerde zuil ooit was. Zwarte kousen: het lijkt nu vooral bedreigd cultuurgoed, bedreven in verre dorpjes in de Bijbelgordel tussen Zeeland en Staphorst en verdedigd door koddige heren in zwarte pakken van de SGP. 

In de film Matterhorn van Diederik Ebbinge (45), publieksfavoriet van het filmfestival Rotterdam, is ouderling Fred een deerniswekkende eenling die zijn liefde voor zijn verstoten, want homoseksuele zoon projecteert op een halfgare zwerver. De calvinist is geen tiran, maar een zielepoot in een soort reservaat. 

In Boven is het stil uit 2013 van Nanouk Leopold (46), naar de roman van Gerbrand Bakker, worstelt de veertigjarige boerenzoon Helmer met zijn homoseksualiteit terwijl zijn vader op sterven ligt - een klassieke situatie uit de 'ontworstelingsliteratuur'. Helmer is stroef, gesloten, zwijgzaam: een echte poldercalvinist dus. Maar God speelt geen rol: hooguit zingt Helmer terloops een half onthouden psalm bij het fikkie stoken. Leopold: ,,Maar de sfeer van calvinisme blijft hangen. In onze volksaard en ook bij mij. Ik ben vierde generatie atheïst, maar ben in mijn werk veel te streng, te bang voor uitspattingen. Ik moet mezelf nog van het calvinisme bevrijden. Hier kan niemand een film als La grande bellezza maken." 

De herwaardering voor gereformeerden in de film kan ook samenhangen met de zoektocht naar Nederlandse identiteit na 2000. Ate de Jong oordeelt tegenwoordig milder over het geloof der vaderen en de bijbehorende deugden. ,,Die zijn wel erg op de achtergrond geraakt in Nederland. Iedereen jaagt op zijn 15 minuten beroemdheid en pret of zwelgt in emoties. De calvinistische bescheidenheid, zelftucht en solidariteit, dat mis ik soms wel." 

Films met gereformeerden 

In Een vlucht regenwulpen (1981) en Terug naar Oegstgeest (1987), naar romans van Maarten 't Hart en Jan Wolkers, bevrijden ex-refo's zich naast het sterfbed van de ouders van een benauwende jeugd. Paul Verhoevens Zwartboek (2006) zit vol gereformeerde karikaturen, en ook De storm (2009) draait om een Zeeuws meisje dat zich aan haar milieu ontworstelt. Maar in Matterhorn (2013) is de ouderling zielig geworden.

Trouw

12 september 2014

En nergens buldert de dominee  Door: Gerrit-Jan KleinJan / De Verdieping

De verfilming van Franca Treurs roman 'Dorsvloer vol confetti' toont een waarheidsgetrouw beeld van het gewoonlijk voor buitenstaanders gesloten reformatorische milieu. Een verademing. tekst Gerrit-Jan KleinJan 

Zijn er nog geroepenen onder u?" Plechtig klinkt de stem van de dominee. "Zijn er onder u nog die uitzien naar de dood? Opdat we dan pas echt kunnen leven", gaat hij gedragen verder. Terwijl de voorganger zijn gemeente uitnodigt voor het avondmaal, registreert de camera het kerkvolk. Mannen in donker pak en vrouwen met een hoed glijden voorbij. Hun gezichten aandachtig gericht op de dienaar van het Woord: "Dat wij sterven om herboren te worden." 

Nee, we zijn niet beland in een uitzending van de zendtijd voor kerken. Dit is een van de eerste scènes uit 'Dorsvloer vol confetti', de film naar de roman van Franca Treur. Het verhaal gaat over het ongeveer 12-jarige meisje Katelijne Minderhout. Ze groeit eind jaren tachtig op in een reformatorisch gezin op een Zeeuwse boerderij. Het meisje, een dromerig type, is niet echt op haar plaats in de boerenfamilie, die zich vooral laat leiden door het onversneden woord van de Heilige Schrift. Erachter komen of je uitverkoren bent, dat is het belangrijkste levensdoel van deze mensen. De film laat zich bekijken als een verzameling schetsen van een reformatorische jeugd. 

Natuurgetrouw 

Dat luistert allemaal nauw. Vooral in de nuances is de naar binnen gerichte refocultuur lastig te doorgronden. En zelfs wie zich goed voorbereidt, maakt snel een fout. Wie het resultaat van deze film ziet, kan niet anders dan concluderen dat het de makers gelukt is om de taal en de vormen van de biblebelt, de gordel met veel orthodox-protestantse christenen die schuin over Nederland loopt, scherp en natuurgetrouw in het vizier te krijgen. 

Vooral de oma van Katelijne grossiert in refojargon, de zogeheten 'tale Kanaäns'. "Heb jij wel eens last van je zonde, mijn kind?", vraagt ze een keer aan Katelijne. Op een ander moment zegt ze: "Een vreemdeling moeten we zijn op aarde." En Gods woord noemt ze 'dat ene nodige'. Voor buitenstaanders mogen het raadselachtige formuleringen zijn, insiders weten wat ermee bedoeld wordt. Dat het allemaal foutloos uit de mond van een acteur rolt, is een zeldzaamheid in de Nederlandse film. 

Nog niet zo lang geleden leek het thema religie in film vooral een manier om een streep te zetten onder het eigen gereformeerde verleden van de makers. Het calvinisme, dat was voor de babyboomers die meestal verantwoordelijk waren voor dit soort films, synoniem met zwaar, naar, muf en ernstig. Iets wat zo snel mogelijk verdrongen moest worden. 

Berucht is 'Een vlucht regenwulpen' (1981), de verfilming van de gelijknamige roman van Maarten 't Hart. De gereformeerde ouderlingen voldoen in deze film aan werkelijk alle clichés die men maar kan bedenken. Zo dragen de ambtsdragers - het zijn echte mannenbroeders - driedelig zwart, preken tijdens een huisbezoek met uitgestreken gezichten hel en verdoemenis en blijken ook nog eens de meest vreselijke huichelaars. Niet gek dus dat hoofdpersoon Maarten de kwezels schreeuwend het huis uitjaagt. 

Een recenter voorbeeld is 'De uitverkorene' (2006), gebaseerd op het leven van de gebroeders Baan. Deze twee reformatorische ondernemers, oorspronkelijk afkomstig uit het Twentse stadje Rijssen, groeiden in de jaren negentig uit tot uiterst succesvolle softwareondernemers met een hoofdkantoor in Barneveld. Inspiratiebron voor de twee mannen is hun geloof. Toch is dat nu precies wat in de bewuste film buitengewoon slordig en ongeïnformeerd is uitgewerkt. 

Zo zet de kerkgemeente op een gegeven moment een psalm in, weifelend en ritmisch gezongen. Een dubbele fout. In bevindelijke kring klinkt de gemeentezang op hele noten, dus elk toon is even lang en duurt ettelijke tellen. De gemeente zingt bovendien krachtig en vol, vooral wanneer het een jubel- of strijdpsalm betreft. Niet zo gek, de gelovigen kennen de psalmen al vanaf de kindertijd. Twijfel over de tekst en toonhoogte is ondenkbaar. 

Ook spreekt de dominee in de film van 'Heer', terwijl in werkelijkheid zonder uitzondering 'Heere' wordt gebruikt. Die benaming vinden bevindelijk gereformeerde christenen eerbiediger. Het in hun ogen te gewone Heer wordt werkelijk nooit gebruikt. De miskleunen houden hier niet op. Zelfs het kerkgebouw in de film deugt niet. Het is een oud sfeervol dorpskerkje, terwijl refo's in werkelijkheid vooral beschikken over sfeerloze preekdozen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. 

Oog voor detail 

Hoe anders hebben de makers van 'Dorsvloer vol confetti' het aangepakt! Alles wat in bovenstaande films misging, gaat in deze film wel goed. Alles is radicaal beter dan wat hun voorgangers deden. Zowel de inhoud als de vorm benadert de werkelijkheid. De liefdevolle uitwerking geldt overigens niet alleen voor de religieuze cultuur in de film. De film is ook te zien als een portret van het kleinschalige melkveebedrijf. Ook wat dit thema betreft zijn de details opmerkelijk goed verzorgd. Op de keukentafel ligt vakblad Boerderij. En in de kleine melkstal bevindt zich zo'n put waarin, als je niet uitkijkt, de koeienstront zo tegen je hoofd klettert. Uiteraard wordt de stal na het melken goed schoongespoten. 

Dat deze film niet blundert, komt waarschijnlijk door de generatie filmmakers die aan de knoppen zit. Regie en scenario zijn in handen van Tallulah Hazekamp Schwab (1973) en Chris Westendorp (1970). Beide vrouwen zijn afkomstig uit een generatie die geen rekening meer open heeft staan bij het instituut kerk. Sterker nog, het is een leeftijdsgroep waarbinnen het merendeel inmiddels zo onbekend is met het verschijnsel kerk en geloof, dat ze het van de weeromstuit bestuderen met de interesse van een antropoloog die verlekkerd op een nog onbekend indianenvolk is gestuit. 

Dat werd duidelijk toen Trouw vorig jaar uitgebreid sprak met de schrijfster van het scenario, Chris Westendorp. Om zich te verdiepen in haar onderwerp had ze een abonnement op het Reformatorisch Dagblad genomen, het lijfblad van de gereformeerde gezindte. 

Daarnaast had ze hulp ingeroepen uit refokring, aangezien de wereld uit het boek haar nog onbekend was. Ze schakelde Liesbeth Labeur in, een kunstenares die opgroeide in een vergelijkbare christelijke omgeving in Zeeland als Franca Treur. In Labeurs kunstwerken staat vaak de reformatorische cultuur centraal. Zo maakte ze de graphic novel 'Op weg naar Zoar', een strip over een reformatorisch meisje. 

De kunstenares maakte de filmmakers vertrouwd met de wereld van de roman 'Dorsvloer vol confetti'. Ze wilde de crew de échte refowereld laten zien. Dus toog ze met de filmploeg naar een reformatorische school. Ook ging ze naar een kerkdienst van de gereformeerde gemeente in Meliskerke, het dorp dat model staat voor de gemeenschap in het boek van Treur. 

Hellevuur 

De dienstdoende predikant van die avond waarschuwde voor het eeuwige hellevuur dat ieder mens wacht als hij onbekeerd sterft. "De dominee sprak totaal anders dan je normaal ziet in films. Helemaal niet bombastisch. Hij had juist een langzame en rustige stem", stelde Westendorp verwonderd vast. Juist door zijn bedaarde stemgeluid was het effect van de boodschap des te sterker, vertelde ze. Toen de filmcrew terugreed bespraken ze met elkaar de preek. "Stel nou dat ze tóch gelijk hebben, dan doen wij alles helemaal fout. Als het op ons al zo'n indruk maakt, hoe moet het dan zijn als je een jaar of acht bent?" De precieze voorbereiding loont zich nu. De dominee in 'Dorsvloer ' buldert nergens. 'Dorsvloer vol confetti' is, net als ook de roman van Franca Treur, allesbehalve een koelbloedige afrekening met een bekrompen streng gereformeerd milieu. 

Door deze aanpak biedt de film een mooie toegang tot een wereld die gewoonlijk gesloten blijft voor buitenstaanders. 

'Dorsvloer vol confetti' gaat vanavond in première op het filmfestival Film by the Sea in Vlissingen. Vanaf 18 september draait de film in de bioscoop. 

Het calvinisme was in eerdere films synoniem met zwaar, naar, muf en ernstig 

Dat deze film niet blundert, komt door de generatie filmmakers die aan de knoppen zit 

GRAPHIC: De film 'Dorsvloer vol confetti' draait om een reformatorisch gezin op een klein melkveebedrijf in Zeeland. Hendrikje Nieuwerf speelt de 12-jarige hoofdpersoon Katelijne Minderhout Alles wat in vorige films over gereformeerd Nederland misging, gaat in 'Dorsvloer vol confetti' wel goed.


NEDERLANDS DAGBLAD 12 september 2014 De rok moet wat in de weg zitten 'Dorsvloer' brengt geen karikatuur Door: Maurice Hoogendoorn

Dorsvloer vol confetti is de eerste speelfilm van regisseur Tallulah Hazekamp Schwab. Het is de verfilming van het debuut van Franca Treur, waarin de schrijfster herinneringen aan haar jeugd in een Zeeuws reformatorisch gezin verwerkte. 

De wortels van Schwab liggen daar ver vandaan. Ze groeide op in Noorwegen, met een Noorse moeder uit een theaterfamilie en een Nederlandse vader die in Zuid-Afrika is opgegroeid. Tallulah kwam op haar achttiende naar Nederland voor de filmacademie. Haar partner, Martin Koolhoven, is ook regisseur (van onder meer de film Oorlogswinter). 

U kreeg het scenario voor de film Dorsvloer vol confetti aangeboden. Dacht u meteen: dit moet ik doen? 

'Ja, ik vond de lichte toon, de sfeer en de karakters fascinerend. Het verhaal is heel filmisch geschreven; je ziet de scènes direct voor je. Bovendien leek het me spannend om me in zo'n gesloten wereld te verdiepen. Het karakter van de hoofdpersoon, het twaalfjarige meisje Katelijne, sprak me ook erg aan. Ik herkende in haar de verhalen die ik over mijn oma heb gehoord. De moeder van mijn vader is ook in een gelovig gezin in Nederland opgegroeid. Ze was de dochter van een dominee. Net als Katelijne was ze een beetje rebels; ze was op zoek naar haar eigen identiteit en zocht de grenzen van haar milieu op. Mijn oma was de eerste in haar omgeving die een korte bobline liet knippen, en ze ging bijvoorbeeld voor in de kerk zitten met felrode schoenen aan. Later is ze naar Zuid-Afrika geëmigreerd. Ik zie ook in Katelijne iemand die zich probeert te schikken in haar omgeving, maar tegelijk eruit wil breken. Het is alsof je een vierkant in een cirkel wilt duwen.' 

Hebt u zich verdiept in de reformatorische cultuur? Hebt u Franca Treur om hulp gevraagd? 

'Franca heeft zelf een stapje terug gedaan; zij wilde zich niet te veel met de film bemoeien omdat de film en het boek los van elkaar moeten worden gezien. Ze vond het wel belangrijk dat het beeld van het reformatorische milieu in de film zou kloppen. Ze heeft ons daarom met Liesbeth Labeur in contact gebracht, een kunstenares, bekend onder de naam Sela, die ook in een reformatorisch gezin in Zeeland is opgegroeid. Zij heeft ons geholpen zodat we geen stomme fouten zouden maken. Zij kent de traditie, de taal, de regels. Er is bijvoorbeeld een scène waarin Katelijne thuis iets uit haar hoofd moet leren voor de kerk. Liesbeth heeft ons verteld uit welk boekje ze dat waarschijnlijk moest leren. Dat zijn details die ik anders over het hoofd zou hebben gezien.' 

In veel recente films waarin de kerk een rol speelt, wordt een karikatuur gemaakt. In deze film niet. De dominee had misschien juist wel met méér stemverheffing moeten spreken. 

'Dat klopt, maar dan was de scène voor buitenstaanders misschien niet meer geloofwaardig geweest. Bovendien kan het afleiden van waar het om moet gaan in die scène. Het gaat erom hoe Katelijne die kerkdienst beleeft, het moet niet gaan om hoe de dominee praat.' 

Kunt u een voorbeeld geven van een scène die niet in het boek zit maar die u bewust hebt toegevoegd? 

'In de film droomt Katelijnes broer Christiaan van een toekomst in Canada, en Katelijne gaat daarin mee. Dat zit niet in de roman. Ik vind het een mooie lijn, omdat het goed laat zien hoe Christiaans leven met dat van Katelijne contrasteert. Beiden dromen ze van vrijheid en verkennen ze de grenzen, maar bij hem valt het net verkeerd als hij moet trouwen omdat hij een meisje zwanger heeft gemaakt. Daardoor valt hij juist terug in die gesloten wereld. Hij kiest niet echt, het gebeurt gewoon zo. Katelijne creëert wel haar eigen vrijheid.' 

De muziek is zeer bepalend voor de film. Ze voorkomt dat de sfeer te zwaar wordt. 

'We zijn heel lang op zoek geweest naar de juiste muziek, en ik ben heel blij met wat het uiteindelijk is geworden. Ik wilde iets dat goed bij Katelijne past, en dat is gelukt, denk ik. Het is een combinatie van jonge onschuld, puurheid, dromerigheid en verlangen.' 

Het meisje dat Katelijne speelt, Hendrikje Nieuwerf, is nog onbekend. Hoe kwamen jullie bij haar? 

'Bij het casten van de hoofdrol zijn er heel veel meisjes voorbijgekomen. We zochten iemand die de hele film zou kunnen dragen en die op de rand van de puberteit staat. En geen meisje-meisje, maar iemand van wie je als ze een rok draagt het gevoel hebt dat die rok in de weg zit. Hendrikje heeft dat allemaal. Ze is een natuurtalent: zó slim, gevat en bijdehand. Ze begreep haar karakter heel goed. Ze heeft niet de ambitie om te leven als actrice, maar ik hoop dat ze meer films gaat doen.' 

Katelijnes relatie met haar moeder is nogal onderkoeld, tot er in de laatste scène iets van genegenheid blijkt. Waarom dan pas? 

'Katelijne is de enige dochter, en ik stel me zo voor dat haar moeder haar voor van alles en nog wat wil behoeden. Ze voelt zeker liefde voor Katelijne, maar die uit zich eerder in strengheid. De moeder voelt sterk de behoefte om goed volgens de traditie van haar omgeving te leven, om erin te passen, en ze wil dat ook voor haar dochter. Ik herken er opnieuw mijn oma in. Zij had ook maar één dochter, tegen wie ze heel streng was volgens mijn vader, terwijl ze zelf zo rebels was geweest als kind.' â   

Tallulah Schwab regisseerde Dorsvloer vol confetti. Ze herkent haar oma in Katelijne: een meisje dat zich probeert te schikken in een religieus milieu, maar ook wil uitbreken. 'Alsof je een vierkant in een cirkel probeert te duwen.' 

drama 

Dorsvloer vol confetti 

Regie: Tallulah Hazekamp Schwab. Met: Hendrikje Nieuwerf, Suzan Boogaerdt en Steven van Watermeulen. 94 minuten, kijkwijzer vanaf 9 jaar. In 40 bioscopen. 

Schrijfster Franca Treur brak vijf jaar geleden door met haar roman Dorsvloer vol confetti, over de 12-jarige Katelijne die eind jaren tachtig opgroeit in een reformatorisch boerengezin in Zeeland. Het boek werd een hit: meer dan 150.000 exemplaren gingen over de toonbank. 

Vrijdag opent de verfilming van het boek het filmfestival Film by the Sea in Vlissingen. Zij die bang waren dat gelovig Zeeland als karikatuur zou worden weggezet, kunnen opgelucht ademhalen. Dorsvloer vol confetti is een integer gemaakt, liefdevol en warm portret van een meisje dat tussen zes broers opgroeit in een wereld waarin het om boerenarbeid en de kerk gaat. Vooral om dat laatste. Het geloof is overal en altijd aanwezig. 

Katelijne, die veel leest en fantaseert, is een buitenbeentje in haar familie. Ze doet haar best een voorbeeldig, vroom meisje te zijn, op wie haar ouders trots kunnen zijn. Tegelijk heeft ze een sterke drang om de dagelijkse sleur te ontstijgen, uit te breken, op onderzoek te gaan naar wat er nog meer bestaat buiten de boerderij en de kerk. 

De 14-jarige actrice Hendrikje Nieuwerf, nog tamelijk onbekend, is de grootste verrassing van de film. Zij weet in haar rol van Katelijne met weinig woorden heel veel te zeggen. Haar gezicht doet gelijk een rijke gedachtenwereld vermoeden. De bij vlagen onbegrijpelijke religieuze taal om haar heen, klinkt haar als magisch in de oren en roept in haar de meest fantastische verhalen op. 

De film laat goed zien dat de religieuze wereld waarin Katelijne opgroeit zowel beknottend werkt - ze mag geen sprookjes lezen, geen muziek luisteren - als juist een voedingsbodem is voor haar fantasie. De muziek benadrukt fijngevoelig het dromerige en levenslustige karakter van de hoofdpersoon. 

Toch is de tragische kant van het verhaal voortdurend voelbaar. Zo is er geen troost als de opa van Katelijne overlijdt. Katelijnes oma denkt dat hij 'slecht terechtgekomen is', want een memorabel bekeringsmoment heeft hij nooit gehad. De oma uit haar verdriet daarover bij Katelijne. 'Zo slecht was hij toch niet? Hij had veel voor anderen over. Maar ja, dat is vanuit de mens geredeneerd.' Katelijne dist dan een verhaal op over haar opa dat hoop biedt, maar of het echt gebeurd is? Dorsvloer vol confetti is een sfeervol portret van een fantasierijk meisje dat haar plek in een gesloten wereld probeert te vinden. 

Column ND

Theanne Boer is zelfstandig tekstschrijver. Zij schrijft op deze plaats maandelijks een column. 

Daar zat ik dan, tussen de galajurken en -kostuums in een van de zeven zalen van de Vlissingse bioscoop. De Randstad was op sjiek afgereisd naar de provincie om de openingsfilm van het Festival by the Sea te zien. Dorsvloer vol confetti, naar het boek van Franca Treur. In tegenstelling tot de rest van Nederland heb ik niet zo van dat boek genoten. Ik vond dat Treur goedkoop scoorde. Dat ze een 'kijk mij eens uit een vreselijk milieu komen'-sfeertje creëerde. Dat dat boek op mij die indruk maakt - terwijl de schrijfster dat vast helemaal niet zo bedoeld heeft, komt doordat ze het verhaal niet goed vertelt. Het boek kabbelt maar door, en de ene anekdote na de andere bevestigt wat het publiek al weet: die oud-gereformeerden zijn raar. Toen in de pers Dorsvloer in één adem werd genoemd met Knielen op een bed violen, dacht ik: dat is niet eerlijk! Want Siebelink vertelt een boeiend verhaal en Treur niet! En Siebelink ontroert vanwege de liefde voor zijn ouders. 

ach, ze moet een rok aan 

Bij de film verveelde ik me weer. Want een echt, lekker verhaal zat er nog steeds niet in. De spanning was in Dorsvloer nagenoeg afwezig en de sensatie goedkoop: ach gut, het meisje moet bijbelteksten uit haar hoofd leren. Ze moet een rok aan. Ze moet in de keuken werken terwijl ze op een trekker had willen rijden. Ze krijgt een pak slaag als ze bij de kermis is geweest. Ze verbergt haar hippe laarzen onder haar bed. Maar gelukkig! Ze heeft een goed verstand, blinkt uit op school en daar is de bus die haar naar het vwo brengt. Onder de tirannie van haar moeder vandaan. Einde film. Overigens werd de rol van de hoofdpersoon bijzonder goed gespeeld door Hendrikje Nieuwerf. Dat moet gezegd. 

Dorsvloer speelt in werkelijkheid op Walcheren, in het dorp Meliskerke, maar is opgenomen in 'mijn' buurt. Dus ik zag prachtige Zuid-Bevelandse bloemendijken langskomen en de oevers van de Westerschelde en boer Priem die figureerde op een combine uit de jaren tachtig. Mijn Zeeuwse vriendin herkende nog veel meer en we hebben ons goed vermaakt. 

Om mij heen zaten de galajurken en de strikjes die zojuist hun champagne naar binnen hadden gegooid. Sommigen zaten met hun telefoons in de hand te kijken naar de Zeeuwse oud-gereformeerde cultuur van de jaren tachtig. Aapjes kijken dus. En daar begon ik me gaandeweg steeds ongemakkelijker bij te voelen. Ik voel me geen onderdeel van die cultuur. Helemaal niet. Maar we geloven in één God en zijn gedoopt met hetzelfde water. Dat raakte me. Dat Franca Treur, die bij de Belangrijke Mensen in zaal 1 zat, ervoor gezorgd had dat galajurkend Nederland zich zat te vergapen aan de kerkelijke folklore van Zeeland. Wie wordt hiermee gediend? 

Verwerken in de schijnwerpers 

Blijkbaar hebben sommige ex-kerkelijken het nodig hun afscheid in de schijnwerpers te verwerken. En dat kan zeker leiden tot iets moois. Waarvan je gewoon kunt genieten, zoals ik van Siebelink. En anderen van de bundel van Lammert Kamphuis over de jeugd van vrijgemaakte dertigers. Toen ik moeite kreeg met de kerk in Utrecht Noord-West was ik gelukkig niet de enige. Om al die negativiteit om te zetten in iets goeds gingen we op zaterdagavond onze eigen kerkdienst maken en startten we een gebedsgroep omdat we hoopten dat er dan wat veranderde. Wat overigens ook gebeurde. 

Ik snap heel goed dat het een beetje 'appels met peren vergelijken' is wat ik hier doe. Want ik was geen dochter van een Kamper hoogleraar. En ook niet van een Meliskerkse boerin van wie de wil er in haar eigen jeugd al uit geslagen was. Mijn kerkelijke opvoeding kende op geen enkele manier de beklemming die in Dorsvloer zit. Al blijft het fabelachtig hoeveel loyaliteit je in de eerste twintig jaar van je leven opbouwt als je in een volledig afgesloten vrijgemaakte zuil opgroeit. 

De grootste winst van het verlaten van die zuil is voor mij dat ik nu meer contacten buiten de kerk heb dan ooit. In dat kerkelijke Zeeland, ja. Waar misschien nog steeds Dorsvloer-achtige praktijken voorkomen. Wat niet bijdraagt aan een juist godsbeeld, nee. Een niet-gelovige vriendin merkte over haar zwaar-gereformeerde buren op: 'Ze geloven toch dat God het leven heeft gegeven? Waarom genieten ze er dan niet van?' 

Ik probeer haar maar te laten zien dat het ook anders kan, geloven in Zeeland. 

In de eerste 20 jaar van je leven bouw je fabelachtig veel loyaliteit op. 

AD/Algemeen Dagblad 18 september 2014

Loodzwaar of lichtvoetig: de reli-film is hot Door: Ab Zagt

Speelfilms met een religieuze inslag duiken steeds vaker in de bioscoop op. Na het Duitse lijdensdrama Kreuzweg en de Poolse kloosterfilm Ida is nu het gereformeerde familiedrama Dorsvloer vol confetti verfilmd. Regisseur Tallulah Schwab: `Ik had eerlijk gezegd niet zo veel humor verwacht in dit milieu.' 

Religie en film hebben - zeker in het recente verleden - een gespannen verhouding met elkaar gehad. Vaak kon vooral de (katholieke) kerk censuur toepassen. Typerend voor de verhouding tussen beide werelden is een scène uit de Italiaanse klassieker Cinema Paradiso (1988). 

Een van de bioscoopbezoekers klaagt: ,,Ik ga al 20 jaar naar de film, maar ik heb nog nooit één kus gezien.'' Verantwoordelijk hiervoor was de plaatselijke pastoor die de macht had om elke nieuwe film te censureren. Tijdens de exclusieve voorvertoning luidt de pastoor bij iedere kus die in beeld komt een bel, zodat de beelden voor de openbare vertoning verwijderd kunnen worden. 

Zo gortig is het in Nederland nooit geweest, maar wie in gereformeerde kring is opgegroeid mocht vaak van de dominee niet eens naar de bioscoop. Dat gold onder meer voor het milieu waarin Franca Treur, de schrijfster Dorsvloer vol confetti, is opgegroeid. Bioscoop en televisie waren taboe. 

Voor regisseur Tallulah Schwab, die tot haar 18de in Noorwegen woonde (`een land met overwegend losse protestantse opvattingen'), was het wel even wennen toen zij ontdekte hoe de gereformeerde gemeenschap met film en televisie omging. ,,Ik hoorde dat gelovigen zelfs hun televisies in kasten verstopten om maar geen slechte indruk te maken op de andere leden van hun gemeente.'' 

Voordat zij het boek van Treur las verwachtte Schwab, levenspartner van regisseur Martin Koolhoven (Oorlogswinter), een zwaarmoedig verhaal onder ogen te krijgen, maar dat viel haar reuze mee. ,,Ik had me voorbereid op een verhaal over een zwartekousenkerk, maar was verbaasd dat er zo veel humor in het boek zat. De kinderen van dat gezin schoppen elkaar onder tafel en de vader, een boer, laat ook gewoon een scheet. Dat zijn luchtige momenten die de film minder zwaar maken.'' 

Zeeuws accent 

Schwab koos er niet voor om de personages met een Zeeuws accent te laten praten. ,,Er zijn in die regio zoveel dialecten, dat was bijna niet te doen. Bovendien wil ik de film een zo universeel mogelijk karakter geven. Deze gezinnen kun je overal in Nederland tegenkomen.'' 

Het lijkt een trend om in steeds meer speelfilms met geloofkwesties te komen. In de Poolse film Ida wordt een novice voorgesteld die - voordat zij het klooster ingaat - eerst nog het echt leven wil ervaren en dan ontdekt dat zij van joodse afkomst is. Haar familie is in de oorlog verraden door katholieke Polen. Kiest zij na deze ontdekking nog voor een leven in het klooster? 

Nog zwaarder is de Duitse film Kreuzweg, sinds 2 weken te zien. Regisseur Dietrich Brüggemann (38) verwerkte daarin zijn ervaringen als kind in de streng katholieke Pius X-beweging. Zijn hoofdpersoon is een 14-jarig meisje dat - geïndoctrineerd door haar rechtlijnige moeder en een overijverige priester - bijna letterlijk ervoor kiest de lijdensweg van Jezus te volgen. 

Tijdens het Filmfestival van Berlijn gaf Brüggemann zijn visie op het groeiende aantal speelfilms met een religieuze boodschap. ,,Ik heb mij bij deze film ook laten inspireren door de extreme vormen van geloofsbeleving die tegenwoordig in alle religies lijken voor te komen. Bij christelijke groeperingen in Amerika, alsook bij de moslims. Mijn film laat zien waartoe die excessen op het persoonlijk vlak kunnen leiden.'' 

Van dat soort zwaarte is niets te bespeuren in Dorsvloer vol confetti. Hoewel er wel degelijk drama in voorkomt - een sterfgeval, een gedwongen huwelijk en een moeizame moeder-dochterverhouding - is de film geen afrekening. Schwab: ,,Ik zie het meer als een verhaal over een meisje dat zich aan haar milieu weet te ontworstelen.'' 

Ook Hollywood blijft zich in de Bijbel verdiepen. Gladiator-regisseur Ridley Scott komt eind dit jaar met Exodus: Gods and Kings, waarin Batman-vertolker Christian Bale als Mozes het joodse volk bevrijdt van de slavernij in Egypte. De film ligt bij voorbaat onder vuur, vooral door de keuze van de (blanke) hoofdrollen, maar Scott lijkt zich er niets van aan te trekken. Als producent bereidt hij zelfs een miniserie voor onder de titel Killing Jesus. 

De kerk kan op al deze films geen invloed meer uitoefenen. De tijden dat priesters censuur konden plegen zijn voorbij. 

Dorsvloer vol Confetti is prima verfilming van Nederlandse bestseller  

Provinciale Zeeuwse Courant 12 september 2014 vrijdag  Zeeuws-Vlaanderen

Ik dacht juist dat mijn boek onverfilmbaar was Door: JAN VAN DAMME

Film by the Sea opent vanavond met de galapremière van 'Dorsvloer vol confetti', naar de gelijknamige bestseller van Franca Treur uit 2009. De schrijfster zelf is blij met het resultaat, maar plaatst ook kanttekeningen. ,,Ik mis toch dat heel eigene van de Zeeuwse boerencultuur." 

'Dorsvloer vol confetti' is je debuut. Toen je het schreef, heb je ooit gedacht: dit zou ook een film kunnen zijn? 

,,Nee, helemaal niet. Ik dacht juist dat het onverfilmbaar was. In het boek zit je als lezer de hele tijd in het hoofd van Katelijne, de hoofdpersoon. Een filmcamera kan alleen de buitenkant van dat hoofd filmen, hij kan er nooit ín. Het laatste hoofdstuk is overigens wel geïnspireerd op de traditie van de soap (ook al ben ik geen liefhebber van soaps). Voor ik het verhaal ging afronden wilde ik nog even alle personages laten langskomen. Daarom heb ik iedereen voor de bruiloft uitgenodigd, van Jannemieke die d'r haar niet mag afknippen tot Levien Flikkermachien. Dat is wel een heel filmisch hoofdstuk geworden." 

Wanneer hoorde je voor het eerst van een mogelijke verfilming? Om het in sporttermen te vragen: wat ging er door je heen? 

,,Dat er ineens allemaal filmmakers geïnteresseerd waren, heeft ook met het succes van het boek te maken, niet alleen met het boek zelf. Daarom was ik in het begin wat argwanend. Ik ben niet meteen met het eerste voorstel in zee gegaan. Uiteindelijk merkte ik bij Chris Westendorp, de scenarist, oprechte interesse in de leefwereld van de reformatorische gemeenschap. Zij bezocht ook een kerkdienst en zo. Toen vond ik het juist leuk dat de filmmakers mijn boek als inspiratiebron wilden nemen voor een nieuw kunstwerk. 

Ik laat in het boek heel veel aan de verbeelding van de lezer over. Zo beschrijf ik bijvoorbeeld nergens hoe Katelijne eruit ziet. Dat valt niemand op, want iedere lezer maakt er in zijn hoofd dan zelf gewoon een plaatje bij. Zo werken hersenen. Je leeservaring is op die manier intenser dan wanneer alles uitgespeld wordt. Alleen krijg ík nooit iets van die innerlijke beelden te zien. En nu, door die film, kan ik zien wat er gebeurt in de hoofden van de filmmakers, mensen die een heel andere achtergrond hebben dan ik: niet Zeeuws, niet van het platteland, niet gelovig. Daar was ik natuurlijk wel nieuwsgierig naar." 

Je hebt de film al gezien. En? 

,,Ik vind het een erg mooie film, en daar ben ik blij mee. De meeste schrijvers vinden de verfilming van hun boek uiteindelijk vreselijk. Ik niet. Toch zou ik het zelf heel anders hebben gedaan. De regisseur, Tallulah Schwab, heeft ervoor gekozen om vooral de ontwikkeling van dat meisje goed neer te zetten. Ze had niet de ambitie om die specifieke wereld waar ik vandaan kom heel nauwgezet te verbeelden. Dat zou te veel onderzoekstijd vergen. Dat snap ik wel, maar ik mis toch dat heel eigene van de Zeeuwse boerencultuur. Dat mensen je bijvoorbeeld feliciteren met je verjaardag zonder je aan te kijken en dat je dan terugzegt: 'bedankt, en dajjer lang getuge van mag weze'. Dat soort dingen. Een gemiste kans dat dat er allemaal niet in zit. Maar de hoofdrolspeler acteert geweldig goed. Zij is heel prettig om naar te kijken, en je ziet steeds dat er in haar hoofd veel gebeurt. Heel knap voor zo'n jonge actrice." 

Ben je betrokken geweest bij de totstandkoming van de film? 

,,Ik heb me er niet mee bemoeid, al heb ik natuurlijk wel antwoord gegeven als me iets werd gevraagd, over de kleding of zo. Maar dat was alleen in het begin. Er is mij nooit iets ter goedkeuring voorgelegd. Wel heb ik de scenarist en de regisseur in contact gebracht met beeldend kunstenaar Liesbeth Labeur die de ins en outs van de Gereformeerde Gemeente kent. Zij vond het een interessante ervaring om veel op de set te zijn. Ik ben toch gewoon een schrijver, ik werk het liefst alleen. Als je bij een film iets graag wil, moet je dat steeds bevechten met allerlei mensen die het beter weten." 

Voor veel mensen in Zeeland is jouw roman een echt Zeeuws boek. De sfeer, de mensen, het landschap. De taal, toch ook. Kun je zeggen dat de film ook Zeeuws is? 

,,Nee, de acteurs praten allemaal keurig ABN, bijna Goois. Dat vind ik ongelofelijk jammer, ik ben heel gevoelig voor taal. De dialogen zijn mij ook veel te geforceerd, te uitleggerig en vooral: te weinig Zeeuws. Het zijn stadse mensen met stadse manieren die boertje spelen. Er zitten gelukkig wel meer dan honderd Zeeuwse figuranten in, maar die zeggen niet zoveel. Die zingen psalmen op hele noten." 

De mensen die jouw boek gelezen hebben en gewaardeerd hebben, moeten zij de film gaan zien? 

,,Ja, maar je moet je er wel overheen kunnen zetten dat het minder Zeeuws is dan je misschien dacht of hoopte. Als je in je stoel zit en constant denkt: dit klopt niet en dat klopt niet, dan heb je geen leuke avond. Maar als je dat kan loslaten, dan valt er heel veel te beleven. De beelden zijn soms net schilderijen van Vermeer. En soms is het ook heel grappig." 

De film heeft dezelfde titel als het boek. Is dat terecht? 

,,Ik doe daar niet zo moeilijk over. Het grote verschil is dat het boek van binnenuit geschreven is en dat de film door mensen van buiten is gemaakt. Maar de thematische lijn van het boek komt wel weer heel mooi naar voren. Katelijne groeit op in een wereld die gedomineerd wordt door het Bijbelverhaal. Alle andere verhalen zijn verdacht, want als het Bijbelverhaal de Waarheid is, zijn andere verhalen leugens. Katelijne heeft toch behoefte aan andere verhalen, sprookjes bijvoorbeeld, maar als zij zelf sprookjes begint te vertellen, gaat het mis op de boerderij. Opa komt om in de gierkelder, en haar broer moet trouwen met een meisje waar hij niet verliefd op is. Die wereld kan niet omgaan met andere verhalen. Maar Katelijne heeft wel geleerd wat de kracht van woorden is, en kan daarom haar oma troosten met een zelfverzonnen verhaal." 

Stel dat de film slechte kritieken krijgt, raakt dat jou? 

,,Nee, ik gun de hele crew het beste, maar het is niet míjn werk. Er is een risico als je je boek uit handen geeft dat het niet helemaal wordt zoals je hoopt. Maar om de mooie beelden van het Zeeuwse landschap en die leuke klierende broertjes kan niemand heen." 

Wat is je favoriete scène? 

,,Heel bijzonder is het moment waarop de tweeling in de gierkelder valt. Zo'n scène heb ik nog nooit in een film gezien. Maar het begin, als de hele familie in onderbroek voor het raam naar de Duitse kampeerders staan te kijken, vind ik ook geweldig. En ook de confetti op de bruiloft. Zoveel." 

Moet 'De Woongroep', je tweede boek, nu ook verfilmd worden? Of is één verfilming voldoende? Of zou je een eigen boek zelf kunnen verfilmen? 

,,De Woongroep is absoluut veel beter verfilmbaar. Dat is een boek met een spannend verhaal, al begint het als een psychologische roman. Er zit veel meer actie in. Bovendien kunnen alle stadse acteurs dan lekker stads praten zonder dat het kwaad kan. Dus ik zou daar heel erg voor zijn. Ik ga het zelf niet doen. Ik heb er te weinig verstand van. Ik ben iemand van het woord, niet van het beeld." 

Tot slot. Vanavond is de première in Vlissingen, de rode loper... Hangt je jurk al klaar? 

,,Zeker!" 

De galapremière van vanavond is uitverkocht. De film is dagelijks te zien op het festival, dat duurt tot en met zondag 21 september. Voor tijden zie www.filmbythesea.nl

De Telegraaf 17 september 2014 woensdag

Uit het gareel;  'Dorsvloer vol confetti' Door: Annet de Jong / FilmUitgaan

De roodharige, grappige en slimme Katelijne groeit op als enige dochter in een streng gereformeerd boerengezin op het Zeeuwse platteland. Het meisje doet wat er van haar wordt verlangd, draagt jurken, helpt in het huishouden en gaat mee naar de kerk. 

Af en toe mag ze helpen met de koeien, het mannenwerk. En haar rebelse opa, van wie ze kennelijk de genen heeft, neemt haar soms mee naar het dorpscafé om ijs te eten. Alles wat zogenaamd zondig is, zoals sprookjes en boeken, spreekt Katelijne zeer aan, maar ze heeft geen hekel aan haar familie, integendeel. 

Trouwen De jonge actrice Hendrikje Nieuwerf speelt Katelijne fenomenaal in het lichtvoetige drama Dorsvloer vol confetti , naar het gelijknamige boek van Franca Treur. Katelijne is een levenslustig meisje dat de wereld kritisch observeert. Samen met haar broer Christian (mooi gespeeld door Yannick de Waal) droomt ze van een toekomst in Canada. Als haar broer gedwongen wordt te trouwen met een meisje uit het dorp, voelt Katelijne nog intenser hoe het Zeeuwse leven haar benauwd. 

Regisseur Tallulah Schwab, voor wie dit haar eerste lange film is, schetst een fraai en waarachtig beeld van een gereformeerde gemeenschap. Haar film is grappig en respectvol tegelijk. Tel daarbij op de dromerige beelden van het Zeeuwse platteland en de uitstekende cast en je hebt een meer dan geslaagd speelfilmdebuut. 

De Telegraaf 17 september 2014 woensdag

Zeeuws meisje worstelt en komt boven;  Regisseuse Tallulah Schwab: 'Dorsvloer vol confetti' is geen aanklacht  Door: Fabian Melchers / FilmUitgaan

Tina Turner is een verleiding van de duivel en een goede vrouw is te herkennen aan een opgeruimd aanrecht. Het streng gelovige milieu in de boekverfilming Dorsvloer vol confetti is geen plek voor een dromerig en avontuurlijk meisje, maar dat is de 14-jarige Katelijne nu eenmaal. Verstikkend wilde regisseuse Tallulah Schwab dat echter niet laten overkomen: Ik heb er de hele tijd een luchtig gevoel bij gehad. 

Dorsvloer vol confetti gaat over een meisje dat in de jaren tachtig opgroeit in een gereformeerd boerengezin in Zeeland. Heel spannend om ergens in te duiken waar ik helemaal niet bekend mee ben , zegt Schwab, die zelf opgroeide in een ruimdenkend gezin in Noorwegen. 

Mijn vader was helemaal gek op films , vertelt de filmmaakster. Hij liet ons veel zien en had ook zelf een 16mm-camera, waar we in de zomervakantie korte verhaaltjes mee maakten. Toen ik 3 was, speelden we bijvoorbeeld dat ik werd ontvoerd. Mijn oom was dan de detective en twee andere ooms speelden de boeven. Later leerden we ook om zelf dingen te maken. 

Oma De regisseuse had een heel andere jeugd dan die van de jonge Katelijne, maar toch kon ze ook wel elementen uit het boek van Franca Treur herkennen. Mijn oma kwam uit een religieus milieu en was daarbinnen heel erg op zoek naar een eigen identiteit. Dan ging ze bijvoorbeeld expres met rode schoenen vooraan in de kerk zitten. Haar wilskracht om zich los te maken, heeft me altijd gefascineerd. 

Op haar 18e ruilde Schwab Noorwegen in voor Nederland, om hier naar de Filmacademie te gaan. Ik wilde altijd al verhalen vertellen en film bleek voor mij de beste manier om dat te doen. Ik ben iemand die heel visueel denkt. Tekst is heel letterlijk, dan staat er bijvoorbeeld dat iemand verdrietig is, maar op beeld draagt álles wat je laat zien bij aan die stemming. 

Zeker voor een boekverfilming was dat dus iets om goed uit te dokteren. Een film is totaal anders dan een boek, dus het moest iets nieuws worden , vertelt de filmmaakster. Franca Treur zag gelukkig heel goed in dat ze niet bovenop de veranderingen moest gaan zitten. Wat ze wel belangrijk vond, was dat het geen compleet clichébeeld moest worden. Ze heeft me toen aan kunstenares Liesbeth Labeur voorgesteld, die precies wist hoe het er aan toe gaat in zo'n milieu. 

Vervolgens was het de taak aan de regisseuse om die sfeer zo goed mogelijk te vangen. Ik wilde iets maken wat ik zelf leuk vind. Geen film met ellenlange stiltes, van die cliché-arthouse waar iemand moeilijk uit een raam staart, met lange shots van kale landschappen. Het is ook allemaal niet zo zwart-wit, Katelijne wordt niet slecht behandeld. Aan de ene kant kun je zien dat ze van haar familie houdt en dat ze in een prachtige omgeving woont, maar aan de andere kant snap je ook dat zij iets anders nodig heeft. 

Dorsvloer vol confetti levert geen kritiek op geloof, legt Schwab uit. Dat is wel de setting, maar het gaat over dat ieder mens voor zichzelf een weg moet zoeken. Je hebt mensen waar je van houdt om je heen, maar soms kunnen die je ook belemmeren. Niet uit kwade wil, maar omdat ze gewoon iets anders voor ogen hebben. Dan is het best moeilijk om te zien waar je heen moet. Die broosheid van Katelijne, in combinatie met dat verlangen, ik hoop dat mensen dat raakt. 

Het Parool 17 september 2014

Loskomen van gereformeerd Zeeuws milieu Door: JOS VAN DER BURG / PS Woensdag

Dorsvloer vol confetti
Bioscoop De Filmhallen, Het Ketelhuis, Studio K, City, Tuschinski
Regie Tallulah Schwab / Met Hendrikje Nieuwerf, Suzan Boogaerdt

De Nederlandse filmcultuur heeft een lange traditie van films waarin personages zich losworstelen uit streng religieuze milieus. Het oermodel is Een vlucht regenwulpen, Ate de Jongs verfilming uit 1981 van Maarten 't Harts afrekening met zijn gereformeerde verleden. 

Dat was ruim dertig jaar geleden, maar gezien het succes van Jan Siebelinks roman Knielen op een bed violen en Franca Treurs Dorsvloer vol confetti spreekt het zwartekousenmilieu nog steeds tot de verbeelding.

Omdat Nederlandse filmproducenten dol zijn op succesvolle romans - potentieel publiek verzekerd - omarmden ze beide boeken. In 2016 belandt Knielen op een bed violen onder regie van Ben Sombogaart in de bioscoop.

In Dorsvloer vol confetti, het regiedebuut van Tallulah Schwab, worstelt de twaalfjarige Katelijne (mooi debuut van Hendrikje Nieuwerf, tussen stoer en kwetsbaar) als enig meisje tussen zes jongens met het benauwende leven in een streng gereformeerd Zeeuws boerengezin.

Voor haar ouders (Suzan Boogaerdt en Steven van Watermeulen) bestaat opvoeden uit het debiteren van een eeuwige stroom religieus geïnspireerde waarschuwingen. Die zijn nodig, want Satan ligt altijd op de loer. Dat weet ook de onderwijzer op school die zijn leerlingen waarschuwt voor satanische teksten in popmuziek. Dat je de muziek er achterstevoren voor moet afspelen, bewijst Satans sluwheid.

Het is het milieu waarin na het avondeten een zin klinkt als: "Jongens, nog even en dan gaan we Bijbellezen." En waarin vrouwenemancipatie nog moet worden uitgevonden, want een goede huisvrouw herken je aan een opgeruimd aanrecht en een schoon toilet, weet Katelijnes vader. Als woorden niet volstaan om Katelijne in het gareel te houden, is er het ouderwetse pak slaag.

Subtiel is het allemaal niet, zodat Dorsvloer vol confetti, dat balanceert tussen jeugdfilm en film voor volwassenen, soms dicht in de buurt van een parodie komt op een levenswijze die een curiosum is geworden.

Wie over de clichés stapt - natuurlijk ontbreekt ook een hel en verdoemenis prekende dominee niet - ziet een fraai gefotografeerd coming-of-agedrama over een levenslustig meisje, dat zich bevrijdt van haar milieu om een stap voorwaarts te kunnen zetten. 

De Groene Amsterdammer 24 september 2014  Jaar 138, Week 39 Lyrische uitstorting Door: Gawie Keyser

Wat is dat met die confetti? Tegen het einde van de verfilming van Franca Treurs roman zorgt de hoofdpersoon, Katelijne (Hendrikje Nieuwerf), voor een regen van bonte papiersnippers in de schuur waar het huwelijk van haar broer plaatsvindt.

Het lijkt een daad van protest en bevrijding, alsof ze wil breken met de verstikkende sfeer van godsdienstfanatisme dat het leven van haar gezin op de Zeeuwse boerderij bepaalt. Alsof de confetti, gemaakt van stukjes papier uit kranten en tijdschriften uit de boze buitenwereld, deze gesloten gemeenschap als een virus binnendringt. Tegelijkertijd heeft de scene veel weg van een viering van deze manier van leven; met de confetti als een zegening uit de hemel. De sfeer is vrolijk, de mensen kijken verwonderd. Als de confetti al heidens is, dan voelen de mensen dat niet zo. Deze ambiguïteit vormt de rode draad, en misschien is dat ook het punt: Katelijne wil weg, maar dat verleden zal ze nooit achter zich laten. Het bepaalt wie ze is, en daarom is het waardevol.

Dat laatste is herkenbaar. Vanaf mijn zesde tot pakweg twaalfde ging ik iedere zondag naar een Nederduits gereformeerde kerk. Zo heette het in Zuid-Afrika waar ik opgroeide. Ik herinner me de haat en woede die ik voelde: de zondag was een doodse dag. Ik snakte naar twaalf uur, zodat ik de kranten kon gaan kopen om de stripbijlage en de verhalen over de zaterdagse sport te lezen. En om de pikante plaatjes op de achterpagina te bestuderen. Maar wanneer ik terugdenk aan die tijd is dat vooral met heimwee. Naar de zondagsschoollessen over oudtestamentische verhalen vol fantasie en avontuur. Naar de notie van gemeenschap in het ritueel van het nachtmaal voorgezeten door dominee en ouderlingen. Het is een dubbel gevoel: enerzijds walging vanwege geestdodende starheid van dat geloof, anderzijds het besef van waarde, misschien gelegen in zoiets als het onderzoeken van de grenzen tussen goed en kwaad teneinde een goed leven te kunnen leiden.

Ook bij het zien van Dorsvloer vol confetti (roman niet gelezen) overheerst ambiguïeit. En misschien is dat de reden waarom de film mij uiteindelijk koud liet, ook al is die nog zo goed gemaakt. De fotografie is prachtig, regisseur Tallulah Schwab houdt de vaart in de vertelling, de acteurs doen hun best. Maar spannend wordt het nooit. Ik voelde geen echte woede, niet bij Katelijne die zo graag de wereld wil ontdekken, en ook niet bij haar broertje dat een dorpsgenoot zwanger maakt en dus moet trouwen terwijl hij verliefd is op een andere zwoele blondine. In Katelijne en haar broer moet een enorm conflict zitten, de wortels van een fatale tragedie ingegeven door angst & liefde voor de ouders. Immers, het subversieve instinct: de wil tot het experimenteren met alles wat God verbiedt staat rechtstreeks tegenover dat godvruchtige leven. Weinig hiervan is voelbaar in de film. De film is toegankelijk, geruststellend. Ik zie alleen nostalgie: het verheerlijken van het gezin en van het landelijke leven, culminerend in de confetti die Katelijne in het geniep maakt voor die lyrische uitstorting die uiteindelijk meer Heilige Geest dan heidens is; terwijl hier twee levens kapot gaan in de naam van de God van liefde.

Zonder dat er iets wordt opgelost, misschien doordat er nooit echt een clash was om mee te beginnen, eindigt het verhaal. Is dat een bevestiging van identiteit? Een weerspiegeling van de ware ziel van de mensen die daar, hier, wonen? Een kern van wezen die we dus moeten koesteren, waarnaar we moeten verlangen, juist in verwarrende tijden? Die confetti. Zwevend in de lucht.

Nu te zien, ook op het Nederlands Film Festival van 24 september t/m 3 oktober in Utrecht

ELSEVIER

Hoedjes van vilt; ‘Refomeisje’ Franca Treur schrijft in de traditie van Siebelink en ’t Hart en krijgt veel over zich heen. De geloofsroman blijft een lastig genre Door: Irene Start / KENNIS EN CULTUUR; Blz. 88 Ed. 66 Nr. 7 (2014)

Het is een merkwaardige delicatesse: koude melkvellen. In Dorsvloer vol confetti , de debuutroman van Franca Treur (30), worden ze op een bord in de koelkast bewaard om vervolgens, met of zonder suiker, te worden opgelepeld.

Wie Treurs roman, waarin religie een belangrijke rol speelt, leest, voelt zich meegevoerd naar een andere tijd, een andere wereld. Maar zo ver weg is die tijd – de vroege jaren negentig – helemaal niet, noch die wereld: Zeeland om precies te zijn, het Zeeland van de bevindelijk gereformeerden. Een milieu dat de associatie wekt met deBiblebelt . Met zwarte kousen, hoedjes van vilt en op zondag twee keer naar de kerk. Niet zozeer met een mooie, blonde debutante die nu als afvallige door het leven gaat.

De media-aandacht voor zowel schrijfster als boek is enorm. Dat komt niet alleen doordat Treur een schoonheid is – op een gezonde, blozende en Zeeuwse manier – maar vooral vanwege het onderwerp: hoe overleef ik religie in zijn meest orthodoxe vorm? In een paar maanden tijd zijn van Treurs roman 32.500 exemplaren verkocht. EO-presentator Andries Knevel verklaarde vorige week in het nieuwe tv-programma Moraalridders het succes als ‘omgekeerde legitimatie achteraf’: veel christenen zijn van het geloof afgestapt, maar zoeken nog de goede reden om hun afvalligheid te rechtvaardigen en kopen dus dat boek.

Treurs roman zal afvalligen zeker een hart onder de riem steken. Ze schrijft in de traditie van Jan Siebelink en Maarten ’t Hart. Net als bij deze oudere collega’s speelt geloof in haar boek een grote rol en wordt er stevig met de beginselen geworsteld. Verschillen zijn er ook: waar Siebelinks Knielen op een bed violen lood- en loodzwaar is, is Treur licht en hoopvol. En anders dan ’t Hart rekent ze met niemand hard af, puberaal verzet ontbreekt volledig. Best jammer, een beetje poken levert altijd veel leuks op. Tegelijk siert het haar: het laat zien dat de schrijfster de navelstreng met een minder bot mes heeft doorgesneden dan ’t Hart en Siebelink. Die lijken door hun vechterij tegen de orthodoxen nog aan dat geloof vast te zitten.

De bevindelijk gereformeerden in Zeeland zijn niet bepaald opgetogen over Treurs roman – voor zover ze het boek al hebben gelezen natuurlijk; de Statenbijbel doet het daar nog altijd beter dan fictie. De gemeenschap voelt zich voor gek gezet. De stevigste beschuldiging is dat Treur de tale Kanaäns misbruikt, de taal die normaal gereserveerd is voor het bespreken van diep-religieuze zaken.

De kritiek is bescheiden in vergelijking met wat Siebelink en ’t Hart hebben moeten doorstaan. Terwijl de laatste niet meer door Maassluis kan lopen zonder een ‘Rot op afvallige’ toegevoegd te krijgen, werden er bij Siebelink anonieme briefjes in de bus geduwd met teksten als ‘De Heere der Heerscharen zal u de kop vermorzelen.’ Toch stond de schrijfster, die op haar 22ste afscheid nam van God, wat nerveus voor de camera’s van het actualiteitenprogramma Netwerk midden in het ‘durp’ Meliskerke waar zij opgroeide. Ze voelde wel dat haar ex-dorpsgenoten niet op al die wereldse aandacht zaten te wachten. De hoedjes van vilt kunnen venijnig uit de hoek komen.

Het is wat met religie en literatuur. Wie als schrijver met het geloof afrekent, krijgt de eigen gemeenschap achter zich aan. Maar wie zich, zoals Willem Jan Otten en Vonne van der Meer, juist tot het katholicisme bekeert en daar hartstochtelijk over schrijft, wordt weer voor afwijkend versleten door literaire critici. Desondanks lijkt het geloof stevig terug in de letteren. Een jaar of tien geleden, toen het Boekenweekthema Mijn God was, was dat nog anders. Toen moesten romans over religie er nog met de haren bij worden gesleept: zoveel waren het er niet.

Intussen is het opvallend dat ook niet-kerkelijk Nederland en masse naar de boekhandel rent om Dorsvloer vol confetti aan te schaffen. Het is kennelijk heerlijk griezelen, bij een besloten, sektarische geloofsgemeenschap die dichtbij is maar toch zo exotisch aanvoelt. Trouwen vanwege een moetje, waar vind je dat nog? De globalisering, internet: ze lijken deze gemeenschap niet te hebben bereikt. Jongeren worden er van jongs af aan in getraind verleiding en zonde te weerstaan. Gebukt gaan onder het alledaagse bestaan is vervelend, maar straks in de hemel is het elke dag zondag. Zó kunnen leven in een tijd als deze, fascineert.